Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
302
Ik ben er eens geweest om getuige van myn Werkmeid,
die lange waar-gaaje, die u altyd het hek opendoet, weet
je, met die morsmouwen, en die rooije stukjes op haar
boezelaar; nu dat is al 't zelfde, van onze Griet, meen
ik. Maar ik zag wel met een half oog, dat Grootje Ryzig
een trant van een Vrouw is. En onze Griet zeit altyd,
dat zy wel genoeg is; maar dat de meiden geen tyd heb-
ben, om een haak aan een rok, of een onnozel Vader-Ons
te bidden. Zy is van 's ogtends vroeg in volle order: het
kapje gezet, de sak aan. Zy zei my, dat zy al in de sestig
was; maar 't is nog een Vrouw als een sweep, en zy
glimt tegen je aan. Zy breidde toen haar zeven-en-twin-
tigste paar fyne koussen voor haar Zoon, en 't was ker-
jeus werk. Zy leest ook wel; nou, daar heb ik geen tyd
toe; die er tyd toe heeft, is gelukkig. Zy leest alle mor-
gen voor haar Zoon uit de Schrifc, en ten agt uuren is de
Koffy-tafel al van de vloer. Nu kunje eens denken, of
Grootje Ryzig en jy den mast zullen opkrygen. Al klom
je op de haan van den Westertoorn, nog zou je jou ver-
driet niet kunnen overzien, dat zal daar zyn, hot en haar.
Taj zou jou ten tienen nog te bed leggen! zy zou jou dat
uitvliegen verleeren! Ja, ja! leer jy my Grootje Ryzig
niet kennen. Alida Nigt zou poot aan moeten, en de handen
uit de handschoenen. Wil ik het u eens op een graauwpapier-
tje uittekenen? 's avonds voor Man linnen gereed leggen, en
de keuken ordonneeren; want anders weeten de meiden ten
elf uuren nog niet, wat er ten tweën zal gegeeten worden.
En Brampje is het zo op zyn elf-en-dertigste gewoon. De
overhemden en lubben, (of moet ik mansetten zeggen ?)
moeten nagezien, of er ook een steekje aan te doen is;
en die een dag zyn aangeweest, vouwen, de kreuken uit-
waazemen en in order leggen. Nigt zou ook niet te vies
moeten zyn, om eens een maasje in een schoone zyden-
kous te leggen; of te gemaklyk, als er eens een halfjaars