Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
299
niet, of Mama daar niet wat over in 't hoofd heeft. Of
Pietje? maar diè is een jaar of drie ouder; evenwel,
't was zo eene intime Vriendin van u, toen ik u het leven
nog bitter maakte. Bedenk u hier eens over. ó Wat be-
loof ik my een dol, als gy hier zyt! Antwoord nu ten
eersten, of gy hebt geene Zuster aan — a. leevend.
tante martha aan alida leevend.
Het is hier zo heet, dat de kraaijen gaapen; en ik heb
heb het met myn dikke lyf kwaad genoeg; anders zou
ik al eens by u geweest zyn; want men ziet je weer niet.
't Is met jou hollen of stil staan; dan kom je alle daag,
dan is 't of wy wild vreemd zyn; en je weet, ik kan zo
alle daag niet uit myn drukke huishouwing loopen! 't is
ook een heel eind, van Zeemansrust naar de Heeregragt,
en het kleeden valt my regt zuur in deeze heete dagen;
en ik zal nog al myn goed, zo benaauwd steek ik er in,
moeten uitleggen; nu, dan kan jy met Betje van hier
naast my helpen. Maar, kind, ik heb een eitje met u te
schillen. Ik moet zeggen, dat myn Broers Vrouw heel
geheim is. Onze Gerrit zyn Vrouw, jen Moeder, is goed
en wel; maar zy zal denken, dat Zuster niet weet, zal
Zuster niet klappen; nu, ik kan zo goed zwygen als de
beste; al wat je my zegt, legt hier begraven. Al had
Moeder een moord gedaan, ik zou het zwygen. Ik ben
ook. God dank! niet nieuwsgierig naar eens andermans
geheimen. Ik zeg altyd: die veel praat, liegt veel; en ook
met zo een werkelyk huis, Nigt! Zie, meiden zyn meiden,
en onze Preryk heeft wel een zwarten jongen noodig, om
hem zyn prullen en tabaksgoed na te draagen. Hy gooit
het maar neer, en denkt, myn Wyf is toch een regte