Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
297
wel, wat gy my zult antwoorden. Houd uwe wysheid
voor u! Uwe Vrouw zal u die wel noodig maaken. Jon-
gen, wat zal ik u echter uitlachen, als gy u zelf fopt; en
met alle uwe strakheid niet uitwerkt, het geen myne
toegeeflykheid my in de armen geeft! Heel goed; gy wilt
regeeren; ik wil — genieten. Beweer dan op nieuw, dat
ik niet voldoe aan myne Bestemming, als een aanzienlyk,
vermogend man, die niet geheel by de gekken sorteert.
Maar wat is rang by uw Vriend, die rust, vermaak en
liefde het offer zwaait ? ó Ik lach met al de schatten van
Peru, indien ik daar, het geen my behaagt, niet voor kan
verkiygen. Trotsch ben ik niet; ik mag wel zien, dat
het ons Vaderland wel gaa, maar zou my niet laaten
boweegen, om myn vermaak af te staan voor onrust
en kwelling, en wat is het loon? de ondankbaarheid
van een dwaas gepeupel. Ik laat des de hooge regeering
ever voor de Liefhebbers van den Baas te speelen,
en ontwerpen te maaken. Wie doe ik te kort? Ik maak
geen schulden; dit is hier eene zeldzaame verdienste.
Onlangs verhaalde men, dat zeker groot Heer, om zes-
duizend guldens gemaand zynde, tegen zynen Secretaris
gezegd had: geef dien goeden man een zak zesthalven op
afrekening. Zo doe ik niet. Het Amsteldamsche geld
maakt het my onnoodig. Als ik nu de vadzigheid van
mynen aart, en de onzekerheid van het leven in aanmer-
king neeme, dan, begrypt gy wel, word ik des te meer
versterkt in myne keuze.
Myne toegeeflijkheid voor myne Vrouw heeft nog de
volgende goede uitwerkzels. Hier is een troep zwervers,
die ik fortuin-loopers by de getrouwde Dames noem:
niets kan hunne stoutheid beteugelen, dan de bewust-
heid, dat eene Vrouw met haaren Man zeer wel in
haaren schik is. Weinige Vrouwen zyn zo bedorven, dat
zy hem een hoon zullen aandoen, dien hy haarer eigen-