Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
294
(zeit hy zo,) Willem is nog veel te jongen springer, om
zo op een hairtjen af te iveeten, wat hy gelooft; en (zeit
hy zo,) hy bemoeit zich te Leiden meer met de mooije
Meisjes, dan met het Woord. Ik zwyg dan maar om vree-
dens wil; want ik weet het niet. Maar op den Baas is
hy nydig, om dat die van de Benisten zo afgeeft. De
Benisten (zeit hy,) zyn braave menschen, en Kooplui in
hun hart en ziel, die maar een hoope goed doen in ons
land. Ik plagt er schoon mee te negotieeren. Zy zyn stylen^
van de Beurs, en niet krentig, of sikkeneurig; zy durven
ivel een nieuw schip geeven, dat klinkt als een klok, aan
een ongelukkig Zeeman, die door de verd—en Engelschen
alles ontstoolen is. Moet er wat zyn voor armen, dok maar
by de Benisten; zy durven wel icat doen. En zouwen zy,
dan zo satans zot zyn, dat zy goed deeden; als zy ge-
loofden, dat er geen God tvas, die loont en straft! zo dat
Baas kreeg er oud van. Je weet, jen Oom valt wat poe-
stig, als er over het goede gesprooken wordt. Men dient
dan maar te zwygen, of aanstonds is het: Wyf, hoe zit
het? Wil je preeken? kom, repje naar de Kwakersche
Kerk; daar ken je aan den slag raaken. Wil je praaten,
praat over jen tuin en het weêr, of lees my de krant eens
voor. Zie, zo zyn de Mans met het goeije!
Onderwyl ben ik zeer bekommerd, hoe of het zit mef;
jen Broers Geloof. Ja, had hy in Amsteldam gebleeven?
dan zou hy zyn geloof wel behouden hebben. "Want, al
wil ik gaarn bekennen, dat ik van myn eigen Geloof niet
veel meer weet, zo zou het my daanig moeijen, als Wim
niet bonkes was. Ik weet wel zo niet, wat Gereformeerd
is, maar ik heb, dank zy den Heer, daar nooit aan getwy-
feld; maar hoop er in te leeven en te sterven. Kyk, Nigtje,.
jy lui bent nu zulke Buisjes: nu moest jy, als een kind»
eens een Brief aan Broer schryven, en dat wy met zyn
Geloof zo in den pekel zitten. Maar zo de jongen beloo-