Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
293
-zo kan naar zitten luisteren, weetje? met Buurman; zie,
ik zeg altyd, de derde man brengt de 2)raat of de stilte an.
Daar hoorde ik eene heele redenatie over jen Broer. Wel,
Nigt, daar gaan lelyke praatjes van zyn Geloof! Sommigen
zeggen, dat hy geen kriezel Gereformeerd Geloof heeft;
anderen zeggen, dat hy Paapsch is; andren, dat hy Geus,
of Calvinist is. Wel, kind, ik wist niet, dat er in onzen
tyd nog zo veele Ketters zyn. Watte naamen! wie drommel
heeft ze eerst geprakkezeerd, zou men zeggen. Nou had
'Betje gehoord, dat hy Arriaanseh was; maar Betjes meid»
die zei neen; hy was Arminiaanseh; en die leert nu zelf
haar Belydnis Geloof; en zy wist het wel, zei zy. Van
den ogtend hoorde ik alweer, ('tis dikwyls wat nieuws,
maar zelden wat goeds,) dat hy Benist was; zo zei de
Baas uit de Gruttery; en dat wel van de allerërgste Benisten,
die er zyn, van die, Soeiniaandery bedryven; en, zei Baas,
dat was in ons land by Placcaaten verboden; wat dit
nu allemaal is, weet God! Ik ben er puur van in de
stilte. Hoor, Daatje ik ken, maar één Geloof, en dat is
ons Geloof. Ik ben nooit in andre Kerken geweest. Wel,
al had een mensch een hoofd als een ysren pot, hy zou
met al die Gelooven gek worden. Zus! ik bedenk my daar;
ik ben, voor veele jaaren, eens in den Tooren geweest.
Die Man wist veel intebrengen voor zyn Geloof: 't was
maar jammer, dat hy geen mantel of bef aan had, dat
maakt zo veel indruk op 't gemoed: nu, 'tis jaaren ge-
leeden, mooglyk is dat nu wel anders. Hier, jen Groot-
vader Willem Leevend had nooit een degen op zy, of
lubben op zen handen: kom nu eens!
Myn Man zegt: Kind, jtj hebt een zwak hoofd, je moet
zo veel niet studeeren; wat bemoei je jou toch met de Do-
minéés hun zaaken f Elk moet maar by zyn Geloof bly ven;
al dat tissen en kribben over de Schrift zal je nog gek
maaken, en op de deegelykheid komt het maar aan. En