Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
291
Schryf toch eens aan uw Zoon, en verzoek hem vriendlyk,
dat hy by zyn Geloof blyye; want met hardigheid zal 't
nog minder helpen.
Verschoon al het ongevoelige, ei, ik meen het onvol-
komene van deezen Brief; hy is er zo met horten en
stooten uitgekomen; want ik heb weinig tyd; dat's niets;
ik heb toch vreugd met myne kleinen. Als Dominé zegt:
dat ik over het goeije zo los heen loop; zeg ik altyd: ja,
ja, oppassen is myn zaak, en het noodigste is de grootste
pligt. Maar zo zyn de Mans! Evenwel, Dominé zeit het
om best wil, en om myn arme ziel te behouden. Maar
wat heeft hy meer te doen, dan daar voor te zorgen?
Nu, Mevrouw, ik recommandeer my zeer in uwe vriend-
schap, en ben met veel achting
ü WEL EDS. DIENARES EN VRIENDIN.
TANTE MARTIIA AAN ALIDA LEEVEND.
Hoe druk ik het thans met myn huishouding heb; want
het is schommel-week, en ik kryg myn Wasch ook t'huis,
en ik heb een heel stoffig huis, Nigt; en ik dien zo van
't eerst tot het laatst over al by te zyn, zo als de Poëet
Kats zegt; en daarby heb ik de Metzelaars op myn dak;
want onze Freryk bemoeit zich nergens mee. Nu, dat is
niet anders. Ik moet u abstelut schryven, zodanig veral-
tereerd ben ik. Wel, Nigt, myn hoofd loopt er van om,
maar ik zal ereis zwart op wit zetten. Ik kan met u best
overweg. Jen Moeder is my te geleerd, ik versta haar zo
niet; en als ik t'huis kom, heb ik altoos zo een last in
myn hoofd, en zy spreekt evel zo weinig en zo zoetjes!
en die haar deerde, zou ik een oud pak geeven; en jij,
kind, zult nog wat veranderen moeten, voor je naar jen
Moeder gelykt. Ik Jben jen Tante, 'tis myn pligt, om je