Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
285
is op haar Vaders familie. [Mama kan zo ernstig zien!
zy züchte: dit deed my zeer.\ •
Ik. Lieve Mama, zucht er niet om: o, Tante heeft zo
veel plaisir gehad! zy is zo verheerlykt; maar.....
Mama. Zeg er my niets van; 'tschaamt zich zelf. En
die Töller.....
Ik. Wel, die heb ik al lang afgedankt; zo een mof!
wat is er aan zo een Hansdondergoud geleegen?
Mama. Gy gaat my te veel uit; en wat zal de waereld
zeggen, als zy weet, dat gy reeds door een braaf Man
gevraagt zyt, en zo dikwyls met andren uitloopt?
Ik. De waereld? al wat haar behaagt. Laat de wae-
reld haar eigen tuintje wieden, en zich met my niet be-
moeijen. Nog mooijer. Mama, ik zou my aan zo een
ouwe zottin, als de waereld, stooren! zy maakt het er
wel naar! maar gy, lieve Mama, moet niet misnoegd zyn.
Mama. Wat heb ik aan zo eene Dogter?
Ik. Niet veel, dat beken ik. Maar als gy daar be-
droefd over zyt, dan zult gy my noodzaaken tot iets, daar
ik zeer veel tegen heb; doch dan, 2)atientie\
Mama. En wat zou dat toch zyn ?
Ik. Ik zal my dan voegen naar u, myne Mama, als
het toch weezen moet: morgen ogtend (zo myn bed het
maar niet hoort,) zult gy my ten agt uuren reeds aan
het ontbyt zien. {Zy lachte; alles was wél; en ik ging
eindlyk dejeuneeren^
Het is weer gruwlyk Hoeksch en Kabeljaauwsch met
van Oldenburg en my. Hy heeft weer gebabbeld over
Willem met den scheelen, en ik merk, dat hy Wim niet
graag in de vacantie t'huis had. Mama zal uit goedheid
weer toegeeven. Is 't niet voor my om averegts te wor-
den? en ik moet, om Mama's wil, my nog houden, of ik
niets weet. Hy is jalours op Willem; daar houdt het