Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
284
Ik. Ha! ha! gy doet my lachen: ik heb graag, dat gy
wat prettig zyt; want gy zyt niet plomp genoeg, om dit
te durven meenen? Anders, va! uwe manier van leeven
staat my ook slegt genoeg aan.
Van Oldenburg. Hoe! vergelykt gy, kleuter, u by my?
Ik. Ik my by u vergelyken! Verdenk my toch van
zulk eene buitenspoorige nederigheid geenzins. {Dit, zag
ik, begreep hy niet regt!]
Van Oldenburg. Nu, ik zeg je dan nog eens, dat uwe
manier van leeven my niet behaagt.
Ik. Wel, man, wie vraagt u daar toch naar ?
Mama. Is 't nog niet lang genoeg. Dogter? Heeft uw
Vader dan ongelyk, denkt gy?
Ik. Myn Vader? Die zou zich met zulke beuzelingen
niet eens bemoeid hebben.
Mama. Beuzelingen! Past het voor een gezond Meisje,
ten half tienen nog te bed te zyn? {Ik vreesde weer voor
de Predikatie over het vroeg opstaan.]
Ik. Lieve Mama, gy zyt nu wel wonderlyk.
Van Oldenburg. Heden, Mejuffrouw, gy zyt nog wel
veel wonderlyker; als Mama myn zin deed, gy zond....
{11 IJ wierd op het Kantoor geroepen.]
Ik. 't Is verdrietig, dat, als men geen kind meer is,
men zich nog wel zoude dienen te schikken naar de
grillen van een vreemd Manspersoon.' Hoor, Mama, dit
leven smaakt my niet; ik zal by Tante Truitje belet
vraagen; laat dan de man kraaijen in zyn kippenhok
dat het door de buurt klinkt.
Mama. Hebt gy ook weer het een of ander plan in
uw hoofd, daar uwe tegenwoordigheid by vereischt
wordt?
Ik. Plan in myn hoofd? Mama! Heden!
Mama. Hou u zo onkundig niet. Mejuffrouw. Gy hebt
u fraai gekweeten! en dat is nog een Meisje, die grootsch