Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
280
u, en Oom, en Zeemansrust, en de Vyver en de Paling
zo spreekend invoeren; weet gy? Zo dat gy hebt wat
haastig geoordeeld. En dat ik zon noch maan zie, dat
blieft Tante wel te abuizen. Van middag zei ik nog: Belair,
laat het gordijn wat vallen; ik kryg een zwaare hoofdpyn,
zo steekt my de Zon; en eergister avond zei ik tegen een
Heer, die my t'huis bragt: Wat is er een kring om de
maan! — Wind, allemaal Wind, kreeg ik tenantwoord:
maar ik dagt niet, dat ik de wind zo van voor zoude
gekreegen hebben. En wat Burgemeester T* * zyn dogter
aangaat, my dunkt, dat die de Schrift wel nutter konde
gebruiken, dan om er behangzels uit te borduuren; en
krielde het er ook van Engelen op! Neen, Tante, dan
breidde ik nog liever al de daaden onzer Vloot in
een zyden handschoen. Wat Neef betreft, dat is my te
teer. Wees niet meer boos op — etc.
tante jiartha aan alida leevend.
Wel, Kind, nu is alles goed en wel; had je my maar
op een kattebelletje gezet, dat dit nu een Roman was!
Ik weet niet, dat ik het vroeg, maar het kan my met
myn drukke huishouding wel door het hoofd gegaan zyn.
Of je zult het gedroomd hebben: nu, dan denk je nog
aan Tante. Ja van droomen, daar kan ik mee van praa-
ten! Toen onze Preryk op zee was, kon ik droomen, dat
hy zo naast my stond, en Nigt, ik heb zyn geest dikwyls
gezien. Zie, jy hebt verstand; met u kan ik nog zo eens
praaten: maar jen Oom wil er niet van hooren. Ei lieve,
was dat nu een Roman? 't Spyt my,' dat myn Ouwers
my ook niet op de Fransche school deeyen. Onze kinderen
weeten nu toch veel meer dan wy, dat is maar niet an-
ders. Ja, kind, je weet, hoe Oom is, schrikkelyk driftig,