Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
279
■om een goed en gerust leven te hebben. Mevrouw R.vzig
is een braave Vrouw; en haar Zoon, waarlyk----
Ik. {haar in de reden vallende.) Waarlyk, gy weet
niet, hoe ik zo gelukkig kom? Wilde.gy dit niet zeggen.
Mama?
Mama. {Zy lachte.) Zo iets van dien aart.
Gegroet, Vriendje, van — uwe zuster.
alida leevend aan tante martha.
Wel zo! heeft myn brief u zo moeilyk gemaakt! Daar is
■Oom hier aan huis geweest, en heeft een groot Baal ge-
schopt. Mama is er van ontsteld; en Vader heeft met my
een staanden stryd gekeeven. Hy was zo boos, dat ik hem
tegen zyn zin aan 't lachen kreeg, en met Oom had ik
handen vol werk, voor ik hem kon overschreeuwen. Je
weet, lieve Tante, hoe de mans zyn! altyd willen zy het
laatste woord voeren. Uw Zoon wilde my helpen; maar
hy kreeg een ouwerwetze konkel met een: waar steek jy
jou neus in, jou Aapenkind ? Nu alles is bedaard; met
Oom en my, meen ik. Oom is wel zeer in zyn schik met
de reis van Bontekoe. Hy had er veel van gehoord, maar
het nooit geleezen. Zeker, Tante lief, gy hebt myn Brief
niet goed opgevat. Laat ik u dit toch mogen beduiden.
Onlangs vroegt gy my, (of ik moet het gedroomd heb-
ben,) wat toch een Roman was? Ik zei: een Roman is
eene versierde Historie. — Dit was u wat duister; ik
ging daar om zelf er eens een opstellen, om u dit te doen
begrypen. En in plaats van te schryven: Nu altyd, daar
was eens een Heer en een Juffrouw, en die Beer en die
Juffrouic hadden een Buitenplaats ; en zo als die Heer en
die Juffrouw dan een Buitenplaats hadden, enz.; wilde ik liever