Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
275
liever zo veel van het onze zoude hebben willen afstaan,
om dit "Wezen uit ons huis te houden, dan geprofiteerd
door hem inteneemen. Nu gy toch voor Dominé studeert,
hebt gy gelds genoeg: dat Mama een uitzicht moet gehad
hebben, door u veel ryker te willen maaken, is zeker; doch
dit schynt nu vervallen. En toch, nu hy een beter rok
aan heeft, en regt op zyn stoel leert zitten, zou ik hem
dulden kunnen, zo hy my maar niet wilde regeeren. Ik
moet nooit sluimeren, zal ik myn grond bewaaren. Dan
gromt hy op myn Kapper; dan kyft hy over myn laat
opstaan, dan over myn uitgaan, dan over myne kleding.
Hoor, hy is zo beestig onkundig van de wys, waar op
fatsoenlyke Dames leeven, dat ik wel eens denk: Wel,
Wezen, uit welk hol van Kamschatka zyt gy toch hier
gekomen? Hy is echter geen kwaad man; maar een regte
Maffert Luim, die geen zier waereld heeft. Ik geef den \
moed nog niet op, dat wy nog eens intime Vrienden
worden.
Hoe vaart de lieve Juffrouw Roulin? groet haar toch
vriendlyk voor my. En Chrisje Helder, daar zal Veldenaar
vroeg of laat mêe gaan stryken. Zo dat, Wim, indien gy
ooit zin aan Chrisje had, ziet het er mal uit. Met Hans-
dondergoud heb ik gebrooken. Indien Tante my uit haar
Testament schrapt, en er u in zet, heeft zy deugdzaam ge-
lyk. Zo gaat het: als men begint, weet men nog niet, waar
men zal eindigen. Mama is boos op my; en zy heeft er
reden toe.
Nu verzoek ik, dat gy attent zyt, want ik ga u iets
vertellen, waar by ik nog al belang heb. Ik heb dan,
moet je weeten, een degelyken Vryjer; en wel zo een,
die den onafmeetbaaren afstand tusschen hem en my be-
grypt; want hy heeft uit puuren eerbied voor my, zyne
Meestresse, zyne Beheerscheresse, zyne Godesse, (die uit-
gangen in esse zyn zo musicaal voor myn gehoor, dat het