Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
274
alida leevend aan haae broer.
Wim lief!
Is die aanspraak niet al te gemeenzaam, als men aan
iemand schryft, die zich toelegt, om uit der hoogte — van
den kantzei, oude en nieuwe dingen geleerdelyk voor te
draagen? Wel, dan herzeg ik, Wim lief! Ja, kyk maar
zo vreemd niet op! Dagt gy dan, dat alles red- en raa-
deloos was? Neen: maar evenwel, Daatje: ó haal me geen
ouwe koeien uit den sloot! Ik weet wel, dat ik u genoeg
kattenkwaad gedaan heb; maar dat is voorby, en ik heb
u thans heel lief. Ik zeide aan Mama, dat ik eens een
brief aan u zoude schryven. De zoete Vrouw zag zeer
verwonderd op: {gy weet, Wim, hoe Mama kan opzien!}
Zy. Gy, Daatje! zult gy aan uw Broêr schryven?
Ik. Ik, Mama, in eigen persoon.
Zy. Wel, kind, hoe is Paaschen zo in 't land? Hoe
komt dit u in 't hoofd?
Ik. Dat zal ik u zeggen. Kyk eens hier. Mama, hier,,
zit daar een mensch zyn hart niet?
Zy. Nu ja, malle meid ...
Ik. Nu, daar zit zo iets, dat my geduurig aan het oor
lelt: schryf eens aan uw Broer, 't Is toch een lieve jongen,
en 't was al zyn schuld niet, dat gy beiden zo Hoeksch
en Kabbeljaauwsch omgingt. [Mama glimlachte.]
Zy. 't Is my aangenaam: nu, groet uw Broeder voor my.
Zyt gy niet nieuwsgierig, hoe ik het al met onzen Ger-
rit heb? Hy heeft Mama waarlyk lief; gy en ik zyn hem
^ maar wat over de hand, en tusschen ons gezegd, Wim,
hy heeft ons zo bevoordeeld, als hy den hoek omgaat,
dat het nog al is inteschikken, indien hy wat veel erken-
tenis van ons gewagt heeft, 't Is gek genoeg voor hem,
dat wy geen van beiden zeer geïntresseerd zyn, en dat ik