Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
272
zesthalf, die men besteedt, de menschen een gulden moeite
aandoen; en 's nagts met die vervoerde troefbladen. "Wat
zal 't zyn? armoede in het end. Want al hadden zulke
klungels konings-goed, zy raakten er door. Neen: jy krygt
nu myn jongen niet, dat is glad af; zo kan hy altyd.
Jen Moeder is een zoet stil menschje: daar zit je immers
als een beul dwars over heen; daarom moet ik het je eens
ongezouten zeggen. Ik ben jen Tante, 't is myn post en
pligt. En wat raaken jou myn Oostindise jukaas en rokken?
Bennen zy zo goed niet, als jou Franschen konkelkraam,
daar je de godgantsche stad mee door dik en dun loopt?
Zien zy zon noch maan, dan slagten zy jou maar; als de
zon schynt, leg je te bed, en als de maan schynt, zitje te
speelen. En het is nog niet genoeg, dat je jou eigen
familie afgronteert, jy moet nog andre lui by de rug
ophaalen. Ik ben op jou nieuwtjes niet eens gesteld. Wat
vraag ik naar Juffrouw Koket; en naar Juffrouw Savante;
zy zyn misschien nog beter dan jy bent. Ik ken de men-
schen niet: och neen, ik! En ik zou wel aan myn Nigt
dienen te vraagen, wie of ik verzoeken moet? Betje van
hier naast is jou te gering. Jou grootsch nest van een
meid! En mag zy niet zien, hoe God de Heer alles schept
en regeert, amen? Maar kom an, wat ben je nu toch
meer dan een Burgers Dogter ? jy hoeft myn Man geen
Boeken te koopen; myn Man heeft jou Boeken niet noo-
dig; myn Man heeft zelfs wel Boeken, en Bontekoe's
reizen ook, allemaal. En ik zou met zo een wilde Rabas
van een meid op een open wagentje zitten, dat heb ik in
myn rug: de Buuren zouwen denken, dat ik met een
madam uit de komedie reed, zo ben je gevlagt en gewim-
pelt. Studeer jy nog liever wat in het Boek van Jacob Cats;
dat zal je wat nutter zyn dan op open wagentjes te zitten,
zonder muts op jen hoofd. Jy behoeft zelf niet te schrobben
en te schuuren; dat weet ik wel, maar leer ten minsten