Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
271
groote Vyver? spring er in, dan is er ook Aal in. Ha!
ha! Zie, ik kan ook wel passekwillen maaken, al heb ik
niet op 't Fransche School gegaan, om netjes te leeren
breien, en te koeteren, dat hond noch kat het verstaan
kunnen. Ik zeg, kruissen en zegenen zou men zich om
zulke floddermadammen, zulke judeken! Ik jou brieven
bewaaren? 't zyn ook al mooije stukjes, om dat de ge-
leerde Dominees, als wy lang dood en verrot zyn, hun
neus nog in onze boel zouden steeken: en op onze Plaats,
die myn Man, met God en met eere, heel uit Oostinje
gehaald heeft, te staan kyken en gaapen: en nog voor
hun twisten en tandtrekken gouden medailles toekrygen!
Hoor, Juffertje, wy begrypen het heel anders. En zo lang
als myn oogen in myn hoofd staan, zal er geen Aalmeer
gezet, of Paling in de Vyver gedaan worden. En zou myn
Zoon naar Oostinje? Daar heeft hy te gezonde lyf en
leden toe. Myn Zoon naar Oostinje! wel wie hoort er van ?
Stuur jy jen Broer naar Oostinje, die te Leyen mooi
weer speelt. Je zou je waarlyk beknypen en bekrabben;
dat zou je je! maar men word nooit van een koets, maar
altoos van een askar overrêen; dat ik nog zo een zondig
woord spreek; maar jy haalt een mensch de vloeken uit
de keel. 't Geld zou wel gaauw op zyn, als wy 't zover-
kwanzelden als jy, floddermadam. Moet je ten tien uuren
nog niet uit jen bed geschreeuwd worden ? Ik moest Nies
zyn, of ik jou ook ten bed uit bonjourde! Apperepo, moet
je ook niet al Mevrouw bieten? Wist men in myn jeugd
van dat gemenvrouw! 't Moet onze Gerrit mooi tuigen, dat
zyn Vrouw Mevrouw hiet; en zyn eigen vleeschelyke
Moeder hiete nooit anders dan Lijsbet uit de Wenteltrap:
want zy deed een Laken-winkel op den Nieuwendyk,
kind. Nou, ik beklaag den kerel, die jou krygt. De Vrouw
's voormiddags lui en leeg te bed; 's namiddags op Visite
of aan 't lanterfanten naar 't Oudmanhuis, en om een