Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
269
Medailles laaten verdienen, door die by uitstek nuttige
Leden onzes Vaderlands, welke zich in misschienen en
mooglylihèden uitslooven. Wat zou dat groot zyn!
Nu ga ik (en zo doen echter alle Juffrouwen Savantes
niet!) van de Geleerdheid tot de Huishouding over, en u
over Nies, Mama's Schoonmaakster, onderhouden. Zeker,
Tante, zo doen onze Coquette Dames niet; die zien veel
liever in den spiegel, dan dat zy het Huishouden betrach-
ten. Ik geloof, (maar durf Mama dit niet vraagen,) dat
Nies mooi schoonmaakt; want ik zag daar in de Secre-
taire, die zy gevreeven had, dat Belair my scheef heeft
gecoëffeerd. Dat zy de Oly schoon uitvryft, besluit ik
hier uit, om dat zy een groote mand met Olydoeken by
zich heeft staan. De trappen zullen wel wit zyn, want
van morgen ten tien uuren kon ik al geen oog meer toe-
doen, zo veel geweld maakte zy. Dat zy zindelyk is, zal
wel waar zyn, want zy vroeg daar om een leeren lap of
schootsvel, om de glaazen af te doen; en zy had er even-
wel een by de hand. Gaauw ? zó was zy op de turfzolder,
en zó, zie ik, koopt zy beneden een Liedje van Het zwaare
recht ofte Justitie. Neem jy Nies, Tante, ze zal je boomen
witten als linnen, en uw straat schrobben als ducaaten
goud. Dan kom ik vast by u: maar dan moet gy my
ook al de Oostindische pracht van Jukaas en rokken
laaten zien, die nu zon noch maan zien; die moeten dan
aan 't lyf: en dan gaan wy te samen op uw open wa-
gentje eens, voor uit ligt de weg. Ja, ja, ik kan schoon
mennen: Oom moet maar van de Oostindische Kippen ^
laaten vliegen. Het pagtspul van halve ryers zal er aan
gelooven. Ik zal hem wel te vriend houden, en gaar alvast
alle pryscouranten en begraafnisbriefjes voor hem op; en
gaf aan onze Keukenmeid twee zesthalven voor de Reis
van Bontekoe: die zal ik Oom verëeren. Maar als ik
weer eens buiten ben, laat dan toch dat Betje van hier