Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
268
schoone Menagerie: mag ik iets aanmerken ? het zou dit
/ zyn, dat uw Vischkom wat volle groot is voor Doop-
baars; smyt er liever een dikken Paling drie vier in;
dat zal veel vrolyker staan. Gy moest ook op het
gezichtje, dat voor uw Vyver is, laaten zetten: Aalmeer.
Hierin zou nog veel nuts liggen. Voor eerst: zoude het
uwen Vyver zeer naauwkeurig aanduiden; het zou Zee-
mansrust zeer beroemd maaken. Eeuwen na uwen dood
zouden er Geleerden zyn, die zich het hoofd braken,
om den oorsprong van dit woord op te zoeken. Zy, die
stelden, dat hier Paling in gehouden was, zouden uitge-
lachen worden door hun, die meenden, dat uwe Buiten-
plaats had toebehoord aan een Zeeuw, die zyn geld in
Oostindien gewonnen had, en dit als een memento mori
daar gesteld had; en dat de H., door dien lompen Zeeuw,
vergeeten was: zo dat men moest leezen: Haal meer.
Anderen zouden toonen, hoe bespotlyk dit gevoelen ware.
„Een Zeeuw, die ryk t'huis komt, en op zyn gemak leeft,
„zou gaan schryven: Haal meer! juist of die niet eens
„vooral genoeg besc^ard had." Hy, de voorstander van
dit gevoelen, zou nederig in bedenking geeven, (maarniet
te min raazend boos worden op elk, die er aan durfde
twyffelen,) of dit ook eene consciëntieuze bedenking ware,
over het door de vingeren druipen van Oostindisch geld;
even als of de steller van dit opschrift had willen zeggen:
't is op, en haal meer: Het is gruis van den drommel,
het bakt niet. Mooglyk biedt er dan nog wel een Genoot-
schap eene Medaille, ter waarde van zestig ducaaten, aan
hem, die de fraaiste gissing daar over weet voor den dag
te haaien. Bewaar des onze Brieven: zy zullen dan, en
dat wel_naar maate zy onleesbaar zyn, als dierbaare ma-
nuscripten worden opgedolven, met verscheiden leezingen
en nooten worden uitgegeeven. Dan zal men zien, water
van de zaak zy. En wy zullen nog eeuwen na onzen dood