Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
266
dan aan eene speeltafel of danspartytje: en zulke meisjes
kunnen geene degelyke Vrouwen worden.
Ik. Gy hebt gelyk, Mama. Uw voorbeeld geeft u recht
om dus te spreeken. Zeg my nu, wie is de man, die aan-
spraak op my maakt
Mama. Myn Heer Ryzig.
Ik. Bram Ryzig! wel, ik sta er verbaasd van. Bram Ryzig ?
Mama. De zelfde. Zyne Moeder heeft my verzogt, of
ik de conversatie wilde toestaan. Ik zal u niet dwingen:
gy moet hem slegts niet voor den gek houden, dit ver-
bied ik u ernstig.
Ik. Ik zal er my eens op bedenken.
Mama. Goed, en meld my uw besluit.
Wel, Renard, wat zegt gy van die Party? Jammer,dat
Mama my zo op de vingeren ziet. ó Ik zou hem nog zo
gaarn ook eens drillen. Als ik evenwel ook nog eens meen
te Hylyken, is Bram zeker de beste uit den korf. Maar vindt
gy het niet dood ouwerwets, dat zo een flinken Bol zyne
Moeder naar de myne laat klungelen, zonder tegen my
zyn bakkes open te doen? Had ik het hier vrolyker, of
was Wim t'huis, kon ik met hem wat meer slenteren, ik
zou den eerzaamen Abraham Ryzig hartlyk bedanken: nu
verpligt hy my, en ik ben niet ondankbaar. Ik zie hem
meermaal op 't Concert; met Bram zou dat nog wel wat
heen bruijen, maar hoe zal ik het met de Ouwe schipperen?
't Is nog een Vrouw uit de Ark. Zy moet voorzien, dat
zy my naar haar hand zal kunnen zetten; anders begryp
ik dat niet. Hy is heel ryk, hoor ik. — Laat ik u maar
zeggen, zo als 't is! Hy heeft hier reeds meermaal ge-
weest, al houde ik my of gisteren dit tooneeltje eerst ge-
opend wierd. Ik was knorrig over uw niet schryven; doch
ik kon 't niet uithouden ... Wat raadt gy my ? zal ik hem
maar vroeg of laat neemen?