Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
262
my niet uit myn recht lacht. Myn hoed blyft echter zo
als hy is, en indien zy in een jaar niet veel minder
vlaggen en wimpels voert, zal myn naam geen Bram
Ryzig zyn. Ik heb Mevrouw van Oldenburg op myn
hand; dat helpt veel. Van daag vroeg zy om met my
uittegaan: Ik kou niet, en zeide het haar eenvoudig. —
„Morgen ?" — Dan is het onze zivaarste postdag." — Zy
zag stemmig: nu, dat staat haar niet kwaad. En, dewyl
ik niet veel liefkoozingen verg, valt er niet veel misnoe-
gen te toonen. Lief, in myn hart heb ik haar lief; zy
behaagt my meer dan alle meisjes met elkander; maar
zy moet nog veel beter worden dan zy nu is, en dan zal
ik haar alle myne' liefde ook toonen: nu was dit te veel
gewaagd.
Ei wat, wy bederven de meisjes, door haar als mallootjes
te behandelen, en als wy ze tot loittebroodshindertjes ver-
kwakkeld hebben, dan willen wy, zotten als wy toch zyn f
haar op een stel en sprong tot redelyhe wezentjes vervor-
men. Hoor, Louw, een verstandig man leeft met zyne
vrouw, als met een lief aanvallig kind; hy bemint het te
te veel, om het zulks te toonen; er blyft altyd nog iets
te wenschen. Zy weet reeds, dat myne Moeder eene def-
tige ouwerwetsche Vrouw is; en ik zeide haar, dat zy zo
eenige eigenzinnigheden had; maar dat zy. Juffrouw Leevend,
zeker zo wel als ik begreep, dat men een Vrouw van zestig
jaar niet kon vergen, zich naar jonge lieden veel te voegen.
Zy vreest alreeds, dat wy by Mama gaan inwoonen. Dit
is myn oogmerk niet; ik zou er hartlyk voor bedanken;
ook dit zal des toevallen.
't Is een lieve raare meid! waaragtig, zy zal my foppen,
zo ik niet op de schyven pas; maar ik heb vast besloeten,
haar tot eene lieve, hupsche, voor my allerbeste Vrouw
te maaken; zy is deeze moeite dubbeld waardig.
Voor den aanstaanden winter moet ik getrouwd zyn.