Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
260
houdt evenwel koets en paarden; dat zou ik ook denken.
Mama is niet al te wel. Zy weet, denk ik, niets van uw
droevig geval; maar zy mag Doctor niet zien, zo min als
ik. Ei lieve. Tante, leen my nog eens een vyftig ducaaten ^
ik speelde weer zo ongelukkig, en ik moet immers myne
familie geen oneer aan doen, door laag te speelen; dat
verstond gy nooit. Als ik het geld heb, zal ik u een Obli-
gatièzenden. Van uwe secretesse houde ik my verzekerd. Ik
ben, lieve Tante, uwe ootmoedige dienakes ejt nigt.
abraham ryzig aan laurens goedman.
Waarde Vriend!
Ja, twyffel er maar niet aan; ik ga trouwen. En myn
meisje is noch het geen men doorgaans schoon, ook niet
't welk men, met meer recht, huisselyk noemt. Wat be-
hoeft my dat een ander te zeggen? Ik ben immers een
eerste voorstander van met myn eigen oogen te zien. Maar
het geen my alleen staat te beoordeelen, is dit — zy be-
haagt my, en als een meisje, dat niet mooi is, aan een
man behaagt, (op den duur meen ik,) die men niet wel
voor een gek kan houden, dan zeker moet zy iets hebben,
't welk nog sterker treft, dan de enkelvoudige schoon-
heid. Myne Moeder had er niets tegen, om Juffrouw
Leevend ten Schoondogter te hebben. Mevrouw van Ol-
denburg is in zo veel achting, dat dit de schaal te ge-
reeder deed doorslaan. Gy weet. Mama bemoeit zich nog
al zo min of meer met my. Evenwel ik begryp, dat ik,
haast dertig jaar zynde, volstrekt niet langer maar een
niets beduidend Oud Vryer zyn moet.....Lach dan,
Louwtje! ik lach er ook om. Ja, ja, de Huwlyks muziek
zal my, denk ik, vreemd genoeg in de ooren klinken.
Evenwel, dat zal alle jaar moeijelyker worden; voor ik