Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
256
aan is; zo dat dat been is nu weer in 't lid over
den jongen. En nu dat jen Broer op de Studie
leid, is het nog een heel gezelschap voor u: men
kan nooit weeten, hoe een koe een haas vangt; en al zyn
wy maar Burgerlui, wy hebben onze Schaapjes opdroog.
Ja, wat ik nog.vraagen wou van Mes. Zy zou dan ten
zes uuren op Zeemans-rust dienen te zyn'; de morgenstond
draagt goud in den mond, gelyk gy ook wel weet. —
Vryft zy wel glad? Zy moet het wasch niet te dik smee-
ren; uitvry ven is de ziel van de zaak. Het mensch is van
my onbelogen; maar onbekend is onbekend. Zeg my dan
ereis, hoe de boel zit. Onze Molenaar bragt my Vrydag
een zóó Baars, maar ik heb op jen raad de grootste in
het Vischkommetje gedaan. Je moest eens zien, hoe zy
springen als ik ze brood geef. Myn hond, dat dikkertje,
met die gekrulde staart, is jaarig; ik heb hem met een
halsband met zilveren bellen verjaard, en op wat gehakt
getrakteerd, 't Is alles wat de stomme biesten er aan
hebben: als ze dood bennen, dan bennen ze dood; wel
heden, het zyn ook Gods schepzels; en ik geef zo menig
een stuk aan een bedelaar, die my niet eens bedankt. Ik
hoop, dat gy het met myn Broer wat vinden zult; hy is
wel wat wonderlyk, maar zuinig en digt, en hy heeft er
dik van. Nu, hy is my te na om hem te pryzen. Moeder
heeft wel gedaan. Hy kan jou en jen Broer nog bevoor-
deelen; en dat zal ik graag zien, want onze jongen het
genoeg voor onzen doen. Zy is ook een Vrouw, die haar
weetje wel weet: het lykt een aartig lief mensch. Neem
er een voorbeeld aan. Je zult ook nog wel een liefste
hebben, daar je t'avond of morgen mee onder zeil zult
gaan: Nou, al zo als een mensch is opgeleid. Zal Moeder
niet eens een dagje buiten komen? al was 'top een Zon-
dag, met Vader. Ei lieve kom dan mee, zult gy? En
wil zy eerst in de Kerk gaan, ook wel; schoon ik, God