Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
253
zyn, zo zy de haven hrygt. Het goeije dikke Wyf lachte
en zei: wel, misselyke Potnat, pas jy maar op jen eigen
roer. Hier mede was dit ernstig discours afgeloopen. Wy
gingen den tuin zien. Eerst viel myn oog op de Menagerie,
die niet wel zo ruim was als onze eetens- en tinnenkas in
de keuken; in die Menagerie was een kort begrip van
Noachs Ark. En zie je wel (zei zy,) dat al mijn kippen
haar veeren verkeerd staan, Nigt? nu 't is ook duure waar!
Maar de Lieveling van Tante is een Oostindische Raaf,
of hoe hiet zo een ding? Het heeft heele schoone sterke
kleuren. Dat figuur zat op een hoogen Mahonihouten kruk,
aan een fijnen vergulden ketting, voor de eetkamer, en
onthaalt zyne Meestres jaar uit jaar in op het muzicaal
geschreeuw van kaauw, kaauiv! De smaak is vry. Tante
zal mooglijk het getier der Nagtegaalen niet kunnen uit-
staan. Gelukkig zo haare Buuren dit met haar eens zyn.
In een Doolhof van Heesters en Palm zag ik een geheel
Kabinet van Goden, Menschen en Beesten; alles van Palm
en Taxis. Jan, (riep Oom,) Jan, kom ereis hier met jen
schaar; wel, wat satan! zie je dan niet, dat Adam een
hoggel krygt ? De Slang ziet er ook rottig uit, en je moogt
Eva ook wel ereis hy haar lappen krygen. De appel lykt
wel naar een kolksche-koek. De stammen der Boomen, die
op de goudgeele met klinkers bestraate plaats staan, zyn
allen helder en vry blaauwtjes gewit. Om den spheer in
het grasperk was een zeer welgeslooten kas;' tot welk
gebruik hy des zy, weet ik niet. Nu heb ik kennis ge-
maakt, en nu kan ik u ook zeggen, wie ik in uw plaats
denk te neemen. Zy heeft belooft. Mama eens te komen
bezoeken. Ik ga naar bed; slaap wel: zo meen ik ook te
doen. Droom eens van my; of nog beter, schryf my eens
een Brief; zult gy? Ik ben etc.