Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
249
men immers de lelykste, en met een de allerbeminlykste
Vrouwen? Het streelt myne eigenliefde veel meer, alles
aan myne zegekoets te ketenen, zonder de hulptroepen
der schoonheid en bevalligheid, dan of ik aan deeze wis-
peltuurige bende veel myner overwinningen te danken
hadde. — „Een verliefd Meisje ben ik zeker niet." —^^
Daar spreekt gy wel de fyne waarheid! Ach, myne ligt-
zinnigheid bevrydt my veel beter voor die gekheid, dan
de reden onze staatigste Meisjes immer doen kan. Ei wat,
ik ben veel te dartel om onbetaamlykheden te kunnen
doen. Wat legt Uw WelEdele ook altyd te vitten op myn
speelzugt? Moet ik dan niet in de mode zyn? Ja, daar
dagt gy weer niet aan; is dat ook al myn schuld? Ik
weet zo wel als gy, zoude ik hoopen, dat eene Speelster,
die halve nagten aan de Speeltafel zit, geen kans heeft
op een gezonden ouderdom; maar wie zegt u, dat ik dien
bedoel? Ik ken de nadeelige gevolgen der driften, der
verhitte nagtlugt enz. Ik weet, dat zy ons bloed niet veel
balzemique deeltjes aanbrengen, ons vel bederven, onze
oogen verdoffen enz. enz. Zo dra ik ook minder smaak
heb in het spel, dan bang ben voor de lelyke gevolgen,
die ik te gemoet zie, zal ik de kaarten neerleggen, en
mooglyk met Ajax uitroepen:
Leg daar, gevloekt geweer, ten myn bederf geschapen.
Het overige van uwen Briefis wel allerliefst geschreeven;
dat moet ik zo zeggen, (zou Domino Heftig zeggen!) gy
zult nog eens eene puntige schryfster worden. Uw Be-
keerings- Werk gaat my echter wat te i^resto, presto, om
regt Harten-werk te zyn. Ik vrees, myne lieve Piet, dat
het alles op een Nieuwkerksche Schreeuwparty zal uit-
waaijen. Gy hebt my nog al vry gelykend afgebeeld. Ja,
er is wat aan. Ik heb zulk eene sterke behoefte om
iemand te moeten kwellen, als gy, en alle wééke zielen
van Meisjes, om iemand te moeten liefhebben; en wie zal