Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
Ik heb, weet gy, (of mooglyk weet gy 't niet, wantgy
waart altoos bedroefd los, bedroefd onoplettend, kind;) nu
dan, ik heb eene verre vooruitziende zorgvuldigheid in
zaaken, die ik zo pour rire noodig heb. Ik moet volstrekt
eene Vriendin hebben; dat is een wezen, daar ik zo nog
al het liefst mede omga, en zo eens een pretje mede kan
hebben; suhlimer denkbeeld hecht ik niet aan dat woord.
Als gy my dan Vaarwel zegt, zie ik my verpligt eene andre
te neemen; en wie zal zeggen, dat de tweede de eerste
niet opweegt? Gij? wie zou dat gelooven? Ja, wist gy nu
maar, wie uwe Throonopvolgster zyn zal! — Lotje? die
heeft te veel van een Engel. — Coosje Veldenaar? zyt
gij dan zestig ? — Juffrouw Rammel ? Nog misselyker. —
Hoor, Pietje, zy mag dan zo degelyk zyn als zy wil;
maar my varieert zy wat sterk; zy is my al te zomer-
vlaagig. En dan zoude ik Dominé nog veel meer dienen
te hooren, als de Vriendin zyner Vrouw. Chrisje Helder?
"Wel, Piet, ziet gy my dan voor stapel zot aan, dat ik
eene Chrisje Helder zoude kiezen ? Zy, die zo veel ryker,
zo veel schooner, zo veel jonger is dan ik? En die zich
op deeze drie beuzelingen nog al vry zo wat airs geeft?
Kunt gy 't niet raden? Bedenk u eens; en anders, voor
ik deeze sluit, zult gy het weeten.
Vindt gy my waarlyk ondraaglyk op het artikel van
Coosje Veldenaar? Ja, gy moogt my vinden zo als het
u behaagt; Juffrouw Veldenaar smaakt my niet veel.
Chrisje Helder doet ten minsten nog meêr. Is zy wyzer
en beter dan wy Dames du Ton, dan dien ik dit zo wat
op goed geloof aan te neemen; want men zou er, immers
indien men niet Mennist zy, op zweeren, dat het zo niet
ware.
Maar Renard, Renard, ik meende toch, dat gy wyzer
waart! "Wat heb ik, om overwinningen te maaken, met
de vergankelyke schoonheid te doen? In Vrankryk vindt