Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
245
Laat ik my verdeedigen; en praat dan weer voort. Ja,
ik moest ook wel wat meer van eene Juffrouw Veldenaar
hebben: maar ik heb, en dat is zo niet by u, nog zo een
menigte vygenbladen in voorraad. Zie hier eenigen:
Gy zegt zelf, dat ik veel goedaartiger ben dan gy, en
niet half zo veel verstand heb. Ik deed veel mede of
uit zwakke toegeeflykheid, of om toch ook nog iets te
beteekenen. Maar nooit ontwierp ik plannen, die meer
blyken van snedigheid dan van goedhartigheid aandui-
den. Myne Opvoeding is geheel verwaarloost. Myne
lieve, overal met achting genoemde Moeder stierf van my
in het kinderbed. Myn Vaders karakter was niets dan
goedheid en zorgloosheid. Myne Gouvernante wist wel,
dat zy zich by andren geene betere recommandatie zoude
bezorgen, dan door van Pietje Renard een charmant Meisje
te maaken. Ik was myns Vaders Afgod. Hy voelde voor
my niets dan liefde en verwondering. Hy hertrouwde
niet. Met myn veertiende jaar was ik reeds het geen men
een welopgevoed Meisje noemt. Wy leefden in den hoogsten
Ton. Al myns Vaders goed was niet toereikend, om zulke
verkwistingen goed te maaken. Hy stierf in de kragt
van zyn leven, en liet my, zyn eenig kind, niets na dan
een geruïneerden Boedel; als ook nog een smaak voor
duizenderlei nuttelooze vermaaken enz. Myn Moeders
Broeder trok zich een Meisje aan, met wier Vader hy in
onmin geleefd had: welk een geluk voor my! kon ik met
zo weinig van uwe denkwyze wenschen, dat hy maar
aftrok?
Willen wy nu eens zien, Leevend, hoe dit alles by u
is? Gy zyt door een paar verstandige Ouders opgevoed;
men heeft u alles laaten leeren. Gy hebt meer verstand
dan ik; gy weet zeer veel; ik weet bykans niets; ik heb
geene verkreegen kundigheden. Gy hebt een aartig doch
scherp vernuft. Gy hebt de bekwaamheid om onüitspreek-