Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
242
familiaar. Wat regards zoude ik voor haar hebben? 't Is
maar een Burgermeisje, en haar Broer logeert Studenten t
Gy zaagt het beminlyk Lotje; is dit te dulden, Mama?
Hy heeft my al aangeweest om te speelen; ik weigerde
het, hy wierd boos. Wat lach ik om zyne boosheid!
Sommige Studenten belooven zich al reeds magtig veel
pret in my te ontgroenen. Nu, daar moeten zy maar eens
voor komen! Wee den eersten, die my durft dwingen tot
iets dat ik veracht! Ik merk reeds, dat men zich by dat
volk gevreest moet maaken, om niet de prooi eener dar-
tele baldaadigheid te worden. Deeze kwanten zyn meest
allen half Petits-maitres, half Wysneuzen: wat kan er uit
deeze ongevallige samenstelling toch voortkomen, dan een
gebroedzel van styve snoeshaanen ? Ik ben echter te gezel-
lig, om geheel geene Vrienden noodig te hebben. Ik hoop
wel ten minsten heele goede bekenden te vinden.
Professor Maatig heeft my, op de recommandatie van
Dominé Heftig, zeer beleefd ontfangen en zich zeer
vriendelyk geïnformeerd naar uwen welstand. Professor
heeft een allerwaardigste Vrouw, eene geleerde Dame, die
ook over de zwaartekragt, en genoegzaame reden spreekt;
en haaren Man met eene oud Duitsche onderdaanigheid
bemint. Er is eene talryke familie. Zyn Hoog Eer-
waarde spreekt weinig; niet uit stuurschheid, of om dat
hy ons allen voor te zeer beneden hem beschouwt; niets
minder, maar om dat hy zeer diep en aanhoudend denkt;
hy is de vriendelykste man, dien men zich kan voorstellen:
zyn Auditorium is altoos vol; en weinig Studenten doen
zich de schande aan van hem niet te eerbiedigen. Hy is
stipt rechtzinnig, maar houdt de zyde der Tolerante party.
Hy spoort zyne Studenten zeer sterk aan, om toch hunnen
smaak te verbeteren, om zich te oefenen in de Natuur-
kunde en fraaije Weetenschappen. De Muziek is by hem
in de hoogste achting. Hy zelf speelt overschoon op het