Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
weest, zynen Neef in ons kantoor, zo wel als in het zyne,
te trekken. Hierom moest my het leven zo onaangenaam
gemaakt worden, dat ik, quasi, zelf verkoos om te stu-
deeren. Hoe gelukkig dat dit juist volkomen met myne
grootste verkiezing instemt! Dit neemt echter niet weg,
dat ik aan hem geene de minste verpligting heb. Laat hy
zynen Neef groot maaken: geluk met dat voorneemen.
Laat hy maar een vriendelyk man omtrent u zyn; en alles
is vergeeven.
Groet myne lieve Zuster voor my. Wat is het my aan-
genaam, dat zy zo veel belang in my neemt, en zo min-
zaam omtrent u is. Hoe gaarn zal ik veel van haar houden!
alle kibbelpartyen moeten nu voorby zyn. Ik geloof nu,
dat zy my alleen uit dartelheid zo verbrust kon plaagen,
en als ik boos wierd, degelyk uitlachen. Nu, Willem heeft
ook zyne gebreken. Zyn verstand is nog zo niet gevormd
als zyne gestalte. Kusch haar voor my.
Kon ik myne geliefdste Mama maar genoeg dankbaar
zyn! Hoe ruim en fatsoenlyk kan ik hier leeven! Alles
"Trhier zo ordentelyk. Myn Heer en Juffrouw Roulin be-
handelen my zo vriendelyk. Gy hebt ook gezorgd voor
myne uitspanningen. Myn rypaard vond ik hier ook. Dit
verraschte my; een knegt kwam vraagen: of ik niet eens
geliefde uit te ryden ? Nog duizendmaal bedank ik u voor
die vriendlykheid, en ik meen er schoon gebruik van
te maaken. Het paardryden is gezond en aangenaam.
Leiden bevalt my zeer wel: de environs zyn allen schil-
deragtig. Myn Contubernaal is een lompert; ik kan hem
niet dulden. Welk Janhagel schuilt er in een fraai gega-
loneerd kleed! Het dunkt my vreemd, dat myn Heer
Roulin zo een Lichtmis in huis wil hebben: 't Is waar,
hy oeflfent deeze bekwaamheden buitens huis; en hy is
zelden op zyn kamer. Ik heb al zo eens half rusie met
hem gehad over Juffrouw Roulin; hy sprak my veel te
16