Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
heid zy. Neen: dat is Chrisje Helder, en wel in de groot-
Bche manier, zo als Wim, van sommige schilderstukken
spreekende, zich uitdrukt. Verbeeld u eene Bevalligheid,
die geheel zedig, geheel minzaam, geheel stille vergenoe-
ging is. 't Voldoet my nog al niet. Wel dan anders.
Lotje, het lieve Lotje, is minder dan middelbaar van
lengte, onbeschryflyk teer, echter wel gevleescht. Alle
haare beweegingen zyn vloeiend; haare houding is volmaakt
fraai: zy is zeer blank, fraai van trekken, heeft schoone
groote bruine oogen, en donkerbruin hair en wenkbraau-
wen. Haare handen en armen zyn in den smaak van den
grooten Schilder van Dyk. Zy is eenvoudig modieus ge-
kleed, zedig gedekt, en ik denk twintig of een-en-twintig
jaar. Zy sprak zeer veel met Mama, meest Fransch; ik
geloof echter dat zy uit beleefdheid sprak: my dunkt, ik
kon zien, dat zy meer denkt dan zegt. Alles was zindelyk,
en de kamers van Willem zyn zo goed, als hy die ergens
zoude vinden. Hy verteert er zeer veel geld: doch nu
begryp ik het. Mama heeft myn Heer en Juffrouw Rou-
lin bewogen, om haaren Zoon ook in den kost te hebben
Willem Leevend zal des alle daag met Lotje Roulin eeten,
omgaan, praaten, overleggen!.....Hoe kan het goed
komen? Hoor, ik wil het hem niet zeggen; maar, zo hy
niet smoorlyk verliefd raakt op dit Meisje, dan wil ik
hem niet — voor myn Broêr hebben.
Myn Heer Roulin is een goed slag van een eenvoudig
Fransch mensch; die echter goed Hollandsch spreekt, en
zeer veel van zyne Zuster houdt. Hy is, denk ik, oud
genoeg, zo al niet wys genoeg, om haar Vader te weezen.
Zy behandelde hem met achting; en ik hoorde, dat zy
hem wel eens Pêre noemde.
In het naar huis ryden vroeg ik Mama, hoe haar deeze
Juffrouw beviel? — „Niet minder dan u."
Ik. Ik heb echter nog niets over haar gesprooken.