Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
238
dit is zeker, dat zy nog gaarn wat uit de Waereld hoort;
nu 't is al, wat zy er thans aan heeft. Haar alias zal voort-
aan Bedenryk zyn. Wat kan zy babbelen! nog al aartig
ook. Zy is goed voor een verlegen uur, en om wat nieuws
te hooren. Comieeq is haar tweestryd tusschen den ouden
mensch en haaren tegenwoordigen staat. Tog, zy is een
hupsch wyf, regt geschikt om Dominé te verbeteren, en
Amsteldam te bevolken. Ik vrees, dat zy er agter is, dat
ik Töller fop. Zo Mama dat wist! de Vrouw houdt niet
veel van myne Plannen. Als gy kunt, haal het er eens uit.
alida leevend aan petronella renard.
Gistren hebben Mama en ik onzen Wim naar Leiden
gebragt. Hier door voldeed ik aan verscheide oogmerken
te gelyk. Ik deed Mama plaisier; en dat doe ik heel
gaarn, vooral als er myn byzonder plan maar niet door
lydt. Ik bezorgde my een dag van uitspanning; ik toonde
aan Mama's Man, dat ik veel van myn Broer begon te
houden; dit zal hem doen grommen als een Noorweegsche
Beer: en ik stilde myne nieuwsgierigheid met opzicht tot
de lieden, daar Wim zal logeeren. Aan alle deeze ge-
wigtige eindens heb ik voldaan. Ik zoude u echter, om u
dit te vertellen, geen brief schryven, indien ik niet zo
vervuld ware met het engelagtige Meisje, met wie Willem
daaglyks zal omgaan, en dat wel — huisselyk! Indien ik
zo wel Wims Voogdes als Zuster ware, ik had hem nog
dien zelfden dag bongré rnalgré met ons te rug gebragt.
Zie, ik ben juist zo magtig gevoelig niet, en ik verwon-
der my niet rasch over een ander; maar dat Lotje! 't Is
of de drommel er meê speelt, tot haar naam toe heeft
iets inneemends, iets welluidends.
Kon ik haar afbeelden! denk niet, dat zy eene schoon-