Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
„Welke keurige poëzy!" riep onze jongeling uit, na dat
hij met aandacht de beide vaerzen gelezen had.
„Hm 1 de poëzy is zoo als zij is," zeide de Amsterdammer,
de schouders ophalende: „maar de kunst, waarmede dat
alles geschreven is, hé?"
Het schrift was in de daad ongemeen fraai en onze jon-
geling stemde ook op beleefde wijze in met den daaraan
gegeven lof, hoezeer hij zich tevens te leur gesteld vond in
zijne meening omtrent den man, van wien hij eerst zulke
goede gedachten had opgevat, en die nu toonde, het wezen
om den vorm voorbij te zien: en hij beloofde zich wel,
nimmer meer iemand naar het uiterlyke te beoordeelen.
„'t Is van dezelfde hand geschreven, die zonder andere
hulp dan hare herinnering aan den afgestorvene, het
afbeeldsel vervaardigde," vervolgde de Amsterdammer:
„van Juffrouw Kornelia Vossius."
„In de daad!" riep de jongeling verbaasd uit: „is dit
het werk eener jonge juifer?" — En toen, zich tot zijn
kweekeling richtende, zeide hij in 'tLatijn: „Zie eens,
Alexis! dit is de afbeelding van Dionysius Vossius, den
beroemden en te vroeg gestorven jeugdigen geleerde, van
wien gij meermalen gehoord hebt, en wien uw neef
Kristoffel Slupeski zoo gaarne tot reisgenoot en mede-
helper had gehad, toen hij over Turkije naar het Oosten
reisde, om de Arabische taal aan haren oorsprong te
bestudeeren?"
„Ik heb Slupeski gekend," zeide de Amsterdammer,
nu ook in 'tLatijn: „een hupsch man! en is deze knaap
zijn bloedverwant?"
„Kristoffel Slupeski was zijn oom van moederszijde,"
antwoordde de jongeling, die nu toch weder bij zich
zeiven begon te begrijpen, dat iemand, die met de Groot
en Slupeski bevriend scheen, en goed Latijn sprak, toch
geen onbeduidend man kon zijn. „'t Is zeker een advokaat