Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
237
Jacob kwam weer: Juffrouw, daar is de Engelsche Schoen-
maaker. — Laat de Engelsche Schoenmaaker icagten. —
Toen kon hy niet langer zwygen.
Hy. Wel, hoe duivel is het hier ? moet het heele voor-
huis dan volgepropt worden met figuuren, die ik niet zien
wil, en er niets behoorden te doen te hebben?
Ik. Ja, 't is of 't van morgen boodschappen regent.
Moeder. Waarom, Dogter, als gy weet, dat er lieden
zullen komen om u te spreeken, staat gy zo laat op?
Hoe lang moeten die menschen weer wagten? 'tis ook
verdrietig.
Ik. Och, 't is al weer mis! zend ze allen weg, Jacob,
zeg aan Beliiir, dat hy ten vier uuren komt om my te
kappen. Is dat een gemaal en geknor! ik zal morgen op
myn kamer dejeuneeren, Jacob.
Hy. Wat manier van huishouden is dit? Waarom staat
gy niet op, als uwe Moeder opstaat? moet dat geduivel
met die koffytafel nog lang duuren?
Ik. {zonder hem iets te antwoorden, of hem aan te zien, \
Gelieft Mama ook een kopje Koffy? de Kolfy is delicieus!
Moeder. Neen: ik ontbeet toen het tyd was, \hy liep
grommend weg,'\ en dat verzoek ik, dat gy ook doet
Mama vondt goed haare Predikatie over het vroeg opstaan
te herdoen; ik was aandagtig. maar stond eindelyk op;
en dewyl ik toch in den namiddag moest gekapt worden,
begon ik aan deezen, en bleef ongekleed wagten. Het is
hier thans niet raar! als gy evenwel uitkomt, kom eens
by my. — kortheids halve t. t..
PS. Onze Vriendin, de Pastoorsche, gaat daar zo weg;
zo dat. Kind, Beläir kwam vergeefsch, en ik bleef aan de
praat; plakte maar een dormeuse op, en sloeg een pelise
om. Ik verhaalde haar een hoope niet-met-allen, zo wat
modieus nieuws. Zy mag dan bekeerd zyn, zo veel zy wil.