Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
233
petkonella kenard aan alida leevend.
Neen, Daatje, dat kan er niet door. Gy gedraagt u om-
trent uwe Moeder onvergeeflyk! Ik beken, er zyn bittere
waarheden in haaren Brief; maar het spreekwoord zegt:
Bitter in den mond
Is voor 't hart gezond,
En wie, dan eene Moeder, zou het durven waagen, u
zo vry te behandelen? Spot met my zo veel gy wilt; ik
zal u niets schuldig blyven. Laat Hans Dondergoud braaf
gesold en geslingerd worden; maar eene zo waardige zagt-
moedige Vrouw, als Mevrouw uwe Moeder, dus scherp te
bejegenen! Foei! ik ben boos op u. Is zy niet genoeg te
beklagen, dat zy geen beter man heeft ? Myn Oom is, 't is
waar, maar een niets beduidend oud Vryer, doch geen
kwaad slag van een man. Hy zal wel geen kettery in de
waereld brengen, doch zyn gedrag was altoos onberispelyk.
En hoe veel verpligting heb ik thans aan hem! Ik ver-
zoek u, dat gy niet te veel zult laaten zien, dat gy alleen
uit dwang t'huis komt. Dit zal uwe Moeder bedroeven, en
u niet in haare gunstige gedagten te rug brengen. Kom,
meid lief, laaten wy ons zelf gaan verbeteren. Gy hebt te
veel verstand, en ik te goeden hart, om dus ons leven te
verkwanselen. Wat zyn wy toch ? Een paar onnutte mo-
denpoppen; dat kan zo niet. Ik zal u eens een dagregister
van alles, wat ik in een geheele week plagt te doen, af-
schryven; dat spiegeltje kan ons te stade komen. Ik ben
echter nog al zo wat — uwe vriendin.
P. S. Ik heb den Brief gesloten en adres gegeven.
alida leevend aan petronella renard.
Wel zo, meisje maat, gy houdt my, zie ik, voor goed-
aartiger, dan men my wel zoude willen opdringen dat ik