Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
231
project de eer niet had om my te behaagen? Als ook, dat
ik zeer wel zie, waarom hy een studeerkamer voor een
zeer bloeiend Kantoor verkiest? Dat ik gaarn by myn
Vaders Zuster ben, is nog al zo heel vreemd niet. Mama
heeft immers ook haare verkiezingen: ja zelf eene byzon-
dere Vriendin aan Mevrouw Helder? Als Töller Tante
bezoeken aflegt, heb ik geen recht om my daar tegen te
kanten. Ik wagt hem niet op; dien Zotskap. Ja wel! hij
zal my hebben! Tante groet u minzaam: ik tekene my
Myne ge-eerde Mama!
Uwe gehoorzaame Dogter en Dienaresse.
alida leevend aan petronella renard.
De drommel. Pietje, nu durf ik niet langer: ik moet,
hoe ongaarn ook, verkassen: de tweede brief, en 't is een
brandbrief, is gistren gekomen. Maar wat heb ik toch
t'huis te doen? Nu, de oude Dame wil het; ik zie geene
uitvlugten meer.
Ja meid, gy kunt toch misselyk schryven! 't Is puur,
of je zomwijl half berouw hebt, dat gy van den Ton zyt.
Ik schik die grillige invallen, weet gy, ten besten; ik
geloof wél, dat gy vapeurs krygt. Zo veele maanden aan
een by een ziek, knyzig, podagreus Oom te zitten, en niets
dan och en ach te hooren, en niets dan Doctooren en
Dominéés te zien, (beide naargeestig gezelschap,) wél, gy
moet wel melancholiek worden. Doe als ik! wordt Tante
caduc, dan branden daar voor my hoorns, Myne begaaft-
heden zyn al zo ongeschikt voor eene ziekenkamer, als
voor de keuken. En gy doet immers alle deeze Peniten-
tien, om eens den heelen Boel te sloopen. Ik ben veel
edelmoediger; ik bezorg myne Tante vermaak voor haare
zesthalven: myn plan wordt geregeld gevolgd; en zy is