Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
230
schillig voor hem waart; want er is by my al niets ver-
smadelyker dan de zucht om Conquêtes te maaken,
daar men zelf met schaamte op neder ziet! — Lieve
Dogter, gy hebt te veel verstand om niet te beseffen, dat
gy verkeerd handelt. Gy weet, dat uwe Moeder uwe
Vriendin is; waarom zyt gy zo vreemd van my? Gy, ik
heb het dikwyls gezegd, zult langs dien weg, welken gy
betreedt, nooit het geluk vinden. Diverteer u; ik heb
daar niets tegen: maar kies beter, doe uw goeden smaak
meer eer aan. Waart gy eene nietsbeduidende malloot, ik
kon het inschikken, dat gy in woeste partyen, in het spel,
in modieuse gezelschappen, behagen vond: maar moet een
Meisje, als gy, nooit dan buiten haar Moeders huis te
Vreden zyn ? moet ik al uwe ongemakkelyke luimen, moeten
andren alle uwe aangenaamheden hebben? Uw Broeder is
thans by zyn Vriend Helder: Myn vorige Brief zal u ten
zynen opzichte alles gemeld hebben. Groet uwe Tante
vriendelyk, voor Uwe liefhebbende Moeder.
alida aan haak mama.
Het is my leed, waarlyk, dat een zeer excusabel ver-
zuim zo verbaast hoog wordt opgenoomen: nu, dat gebeurt
my wel meer; ik ben er niet zeer verbaast over, men
gewent aan alles. Ik wist ook niet, dat myne t'huis komst
zo hoognodig waar. Maar 't is wél, ik zal binnen agt
dagen denkelyk t'huis zyn. Ik kom daar zo van een
Party; het slaat drie uuren; maar ik zal niet naar bed
gaan, vóór ik deezen geschreeven heb.
Heden, Mama, wat zou ik toch antwoorden op 'de Com-
municatie van Willems voorneemen om voor Dominé te
gaan studeeren? Het besluit is immers genoomen, en wat
zoude het veel uitdoen, of ik nu al eens zeide, dat dit