Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
227
zo verächtlyk voorstellen, zonder uwe Mama bloot te stel-
len aan bittere berispingen? Is dit omtrent Äaar ook uwen
pligt betragten?
Wat zoude iemand, buiten my, uw brief leezende, wat
zou de bedilzieke waereld zeggen? Zou zy u niet veroor-
deelen; zou zy uwe Moeder niet laaken? Ligt er voor zo
eene edelaartige Vrouw niet iets zeer vernederend in, dat
zy beklaagd wordt door zulken, die zich slegts uit be-
moei- en babbelzucht met haar bemoeijen ? Zou dit echter
het gevolg niet worden?
Hoor, myn Vriend, het waaragtig medegevoel vindt men
zelden by hun, dien alles naar wensch gaat. Weet gy, hoe
het hier mede gesteld is? Veelen zyn nieuwsgierig, om de
zaaken van anderen te doorsnuifelen, op dat zy geleegen-
heid krygen, om met hun eigen dóórzicht te pronken. De
meeste deelneemsters in uw Moeders verdriet zouden, op
haare salettes, elkander zitten wysmaaken, dat zy dit alles
voorzien hebben: Mevrouw Leevend was geen vrouw voor
dien man; en die man zal, evenwel, van zyne slegtste
zyde vertoond worden, al was het maar, om uwe waardige
Moeder des te dieper te kunnen vernederen. Om haar te
meerder te beschuldigen, zullen zy nu zelf toestaan, dat
uwe Moeder veel verstand heeft. De oorzaak, die haar het
minste eer aandoet, zal opgezogt, en als de waare be-
weegreden opgenoemd worden. Laage Babbelaarsters, met
wie Mevrouw uwe Moeder zich nooit bemoeide, die zy
nooit de eere aandeed om met haar te spreeken dan over
het weer en de boomen, zullen onbeschaamd voorgeeven,
dat zy dit Buwlyk sterk afrieden. Anderen, schemeragtig
bewust van haar eigen nietswaardigheid, zullen, met eene
vuilaartige zegepraal over verstand en deugd, uitgillen:
iVw, het is wel goed, dat zulke verstandige Vrouwen zulke
zotte stukjes doen; het leert nederigheid.
Dit alles ontsnapt men, als men huisselyk ongenoegen