Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
225
zegt, ha antwoorden; maar, zo als ik zeg, dat zou zy zich
schaamen: o ik ken onze naauwgezette zoetzappige Vrou-
wen van verstand! Magtig nog toe! Ik ben ook niet kwaad,
maar ik beleef myn regels: al te goed is gek; maak u een ~
schaap, elk zal je een heet geeven. Ik zeg altyd: „weet je
wat, Dominé Heftig, waren er geen Studeerkamers, er
kwamen Zottenhuizen te kort." En dan geef ik hem den
kleinen jongen in den arm en zeg: „hier vriend, een leeg
mensch is een duivels oorkussen." Dan verzet hy zyn muts,
schudt zyn hoofd, en noemt my een verbruid Wyf. Nu,
dat is tot zyn Eerwaardens dienst.
Hoe komt u dit Huwlyk voor ? Gy zyt immers nog al
taamlyk goede vrienden? Ik hoop, dat ik toch de eerste
ben, die u dit fraai nieuwtje vertelt. Staat gy niet braaf
te kyken? Dagt gy wel, dat zy, na zo lang Wed uw ge-
weest te zyn, (is het nu niet zes jaar, dat uw Broeder
stierf?) nog trouwen zou. Ik niet. Is zy niet al vier-en-
veertig? Als ik haar morgen in de Kerk zie, zal ik weinig
van de Preek rooien, zo vol ben ik er van. Nu, er zit
voor my een vrolyke dag op. Gerrit-Neef houdt veel van
Dominé, op my heeft hy 't niet breed; evenwel, Joost zou
er mede speelen, als hy myn Man, en my niet, ver-
zogt. Ik fok vast mee. Ik moet eens zien, hoe dat paar kt^
flanqueeren zal! Ja, zy is een zeer mooi teêr Vrouwtje;
zy schynt wel de Zuster haarer Dogter; zy kleedt zich
met smaak zedig. Hy een regte Amsterdamsche Klos van —
een kérel; knap slag, doch zo styf als een Twenter-Boer!...
Nu ja, ik kom! Wat is er een drukte, als Moeder eens
een oogenblik weg is! Er staan er al een stuk drie vier
aan de deur te kraaien. De kinderen zyn wyzer dan ik:
't is tyd om ze te bed te leggen. Dominé weet niet, dat
ik u dit zo heet van den rooster overbrief. Wat hoeft hy
alles te weeten wat ik doe, niet waar? Ik ben, in ver-
wagting van antwoord, w. heftig, gebooeen rammel.
----15