Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
222
hij meer oorspronglijk, in het eerste altijd meer of minder
gelukkig copiist blijven. De lectuur der Ouden zelfs zal
dit niet geheel verhelpen kunnen (*). Over 't algemeen
is ze niet genoeg aanteprijzen, maar indien ze ons de
moeite uitwint, zo als ze tot hier toe al veel gedaan heeft,
van de Natuur zelve te bestudeeren, en uit deeze oor-
spronglijke bron te putten, doet ze ons geen voordeel, maar
een nadeel, dat door niets te herstellen is. Onze genie doolt
dan altijd tusschen dezelfde grenzen rond: zij is, als ik mij
dus met een zeker Schrijver uit mag drukken, tusschen
den Xanthus en Simoïs als besloten, en wij blijven immer
wat wij zijn. Dan alleen zijn de Ouden ons alles waardig,
wanneer wij van hun leeren tot de Natuur zelve te gaan,
en ons aan deeze rijke, onuitputtelijke, en altijd nieuwe
bron van dichterlijk Schoon te houden. Zie daar mijne
gedachten. (1793).
(*) In eene eeuw, in welke de Natuur geheel voor den Dichter
verloren is, zullen de zulken, die hunne toevlugt tot de werken
der Ouden nemen, altijd uitmunten. Zij vinden daar een groot
gedeelte van de Natuur weder, en brengen dus in hunne gedichten,
wat in die van anderen, die noch de Natuur zelve, noch de
Ouden kennen, mist. Dit was veelal het geval bij de herstelling
der fraaie Letteren in alle Landen. Maar men ziet wel, dat dit
dan eigentlijk niet het waare, maar slechts een beter middel zij,
en dat de zulken, die de Natuur zelve raadplegen, en de Ouden
slechts gebruiken om hun deeze groote kunst aftekijken, altijd
grooter, rijker, en oorspronglijker zullen zijn. In het eerste geval
schilderen wij een portret naar een portret, laat dit laatste dan
ook van een' van Dijk of Rembrand zjjn; in het andere naar
het oorspronglijk menschenbeeld zelve. 'Er gaat in elke nieuwe
copie op nieuw iets verlooren.