Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
219
zingen wilde, vervuld, een vers maakte, of hem, juist
naar mate dat hij meer gevoelde, meer levendig door het
voorwerp getroffen was, de juiste, de eigen, de schilder-
achtigste woorden niet meer van zei ven, en zonder dat hij
'er op dacht, zich kwamen aanbieden, en zelfs werkelijk
op zijn papier stonden. Zodra hij naar woorden zoeken
moet, voelt hjj niet levendig, en zijn vers zal altijd iets
stijfs, iets min zinnelijks behouden. Behalven dat woorden
en uitdrukkingen, zo als de hruischende zee en het lagchen
met weenende oogen bij homerus, nimmer door nadenken,
nimmer door 'er na te zoeken, gevonden worden. Dan
zou men ze moeten kunnen vertaaien, en mooglijk zou men
dit kunnen doen, indien men op dat oogenblik geheel
homerus was. I
Bij alle goede Dichters zijn soortgeljjke schoonheden,
maar men treft ze altijd op die plaatsen alleen aan, waar
men zichtbaar ontdekken kan, dat alles in het vuur van
vervoering daar heen gestroomd zij, en dat de versen den
Dichter geen moeite ter waereld gekost hebben; dat hij 'er
zelfs niet aan gedacht heeft. Op die wijze zijn alle imi-
tative versen, waarin maat en woorden de gedachte zinne-
lijk daarstellen, of eenig geluid nabootsen, ontstaan. De
Dichter bedoelde dit niet, maar het vuur, daar hij mede
arbeidde, de levendige voorstelling van het voorwerp, dat
hij bezong, en dat dit vuur in hem ontstoken had, bragt
'er deeze mindere, maar toch altijd wezenlijke schoonheden
in. Wilde men de beweging van een dravend paard, de
moeilijke opheffing van een' zwaaren hamer, het lompe
nederploffen van eenen ruuwen os, door kunst, of door
wijsgeerig naar juiste woorden en eene geschikte maat
te zoeken, in zijne versen brengen, ik ben verzekerd dat
deeze versen ondraaglijk stijf zouden zijn, en, in plaats van
het vermaak te vermeerderen, zodaanig verveelen zouden,
dat elk bevoegd Lezer liever de geheele imitatie zou willen