Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
217
uitmeten, en hier door menigwerf wat al te veel aan haar
in bijzonderheden toeschrijft, begrijpt, dat het de Wijsbe-
geerte is, die den Dichter de juiste keus van woorden aan
Het paert blaeuw schimmel, en kastanjebruin voorwaer
Is 't beste, wit en vael het allerslimste haer.
Een rechtgeschapen hengst, die wapens en trompetten
Van verr' hoort, trapt en stampt, en weet zich schrap te zetten, j
Steeckt de ooren schichtig op, leeft over al zijn lijf; I
Hij briescht, blaest vier en vlam ten neuze ïuit fel en stijf.
En schud ter rechte zij zijn mane dick en vlugge.
Het ruggebeen loopt recht en dubbel langs den rugge.
Hij krabt het zant, en schrabt den gront met de hoef.
Zoo rustigh dat het klinckt.
De Lille beeft het beter, schoon eenigzins verschikt, dus gevolgd :
fl a le ventre courte Vencolure hardie; ~ . "
Une tête effilée, une croupe arrondie; ^ ' "
On voit sur son poitrail ses muscles se gonfler.
Et ses nerfs tressaillir^ et ses veines s^enfler.
Que du clairon bruyant le son guerrier Veveille,
Je le vois s'agiter, trembler, dresser l'oreille;
Son épine se double et frémit sur son dos;
D'une épaisse criniere il fait bondir les flots;
De ses naseaux brûlants il respire la guerre;
Ses yeux roulent du feu, son pied creuse la terre.
Ook hy drukt het: luxuriat tor is animosum pectus, het stare
loco nescit, en andere schoonheden van den Dichter niet uit; echter
ziet men uit beide navolgingen genoeg, dat de schilderij van Vir-
gilius hier en daar eenige meer natuurkundige, dan wel dichterlijke
trekken heett. Naar zijn plan, gelijk ik reeds zeide, moest dit zo;
hij schreef een Leerdicht. Intusschen blyft het altijd waar, dat wei-
nig Lezers een Gedicht opslaan, om de natuur van een paard te
leeren kennen; de zulken, die dit zoeken, vervoegen zich tot geen