Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
_____oo
216
Doch ik moet nog één oogenblik tot de straksgenoemde
Prijsverhandeling wederkeeren. De Schrijver, die, gelijk ik
reeds zeide, den dienst der AVijsbegeerte in de Poëzij wilde
den; bij Job was dit geheel anders; de verre afstand, op welke
Tdumea van Egypten was gelegen, in het eerste van welke landen
het paard nog een vreemd, zeldzaam wonderschepsel was, bragt
natuurlijk dat reusachtige, dat wonderbaare in de beschrijving, die
de Dichter bij Job 'er van geeft, 'twelk wij 'er nu sterker dan ooit
in aantreffen, maar dat echter niet nalaat ons te behaagen, om dat
het toch alles in den grond waar, schoon dan ook wat in het groote
geschilderd is. Wij allen gaan in onze beschrijvingen altijd iets
meer boven de natuur, naar maate wij minder met een voorwerp
gemeenzaam zijn. Bij Virgilius is veel schoons, ontwijffelbaar, echter
is 'er ook iets in, en naar zijn plan moest dit zo, dat meer naar
eene beschrijving bij Linnaeus trekt, dan naar een dichterlijk
schilderij. Men oordeele:
Uli ardua cervix,
Argntumque caput, brevis alvus, obesaque terga:
...i"-'' - . ' Liixuriatque toris animosum pectus: honesti
Spadices, glaiicique; color deterrimus albis,
, ■ Et gilvo. Tum, si qua sonum procul arma dedere,
, Stare loco nescit: micat auribus, et tremit artus;
^rt^s^'u ^ Collectumque premens volvit sub naribus ignem:
Densa iuba, et dextro iactata recumbit ia armo.
At duplex agitur per lumbos spina; cavatque
Tellurem, et solido graviter sonat ungula cornu.
Vondel vertaalt dit dus, maar hij doet den dichter ongelijk aan:
Het heeft een' scherpen neck,
Een' kleinen kop; het lijf, dat vrij is van gebreck,
Valt kort, de schoft heel plat; de borst weet zich te ontvouwen
Ten breetste, en 't is heel gladt, en wonder wel gehouwen.