Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
212
Alles komt dus hier op neer, dat men den Dichter niet
te veel kan aanprijzen, de Natuur, die hem omringt, met
arendsoogen te beschouwen. O zo hij waarlijk Dichter is,
zal hij dit ook gaarn doen. Uit de Schriften van anderen
Natuurkennis te verzamelen, kan nuttig zijn, en de Dichter,
die zijne kunst bemint, zal dit gewis ook niet verzuimen,
maar nimmer zal hem dit alleen een waarlijk schoon en
warm Dichtstuk voort doen brengen. Integendeel, zo hij
niet op zijne hoede is, zal het hem telkens doen struikelen,
telkens doen ophouden Dichter te zijn. Wij moeten door de
Natuur zelve, door ieder onderwerp, dat wij bezingen, zo
levendig aangedaan zijn, dat wij door de volheid van ons
gevoel gedrongen worden ons te ontlasten, zullen wjj
waarlijk Poëzjj, die dien naam verdient, voor den dag
brengen. In de luimige beschrijving der echte Poëten, die
ons asmus in de Wandsbecker Bode ergens opgeeft:
„Heldere reine keisteenen, aan welke de schoone Hemel,
en de schoone Aarde, en de heilige Godsdienst aanslaan,
dat 'er de vonken uitvliegen;" is meer waarheid, dan in de
meeste wijsgeerige Verhandelingen bij een genomen. O als
wij door de Natuur zelve ontvlamd zjjn, loopen wjj nimmer
gevaar om in het gedrochteljjke en geoutreerde te vallen.
Klinkende spreekwijzen en brommende woorden kunnen
ons dan niet voldoen. Het waare gevoel stort altijd waar
gevoel uit, en elk heeft dan medegevoel. Alles moet dan
warm zijn, en dit zijn brommende woorden nooit. Alles
moet overeenkomen met den oorspronglijken afdruk, dien
de Dichter 'er van in zijn eigen hart heeft, en dien 'er de
Natuur zelve indrukte. Dit is het origineel en nimmer zal
hem de copie behaagen, zo ze met dit origineel niet vol-
maakt overeenstemt. Welken wij daar en tegen met kun-
digheden, uit boeken verkreegen, dan wordt alles door ons
vernuft alleen afgedaan — ons hart blijft koel — 't zijn
geen aandoeningen, die wij mededeelen, 't zijn redeka-