Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
Terwijl ze nochtans met dat licht, dien gloet, dat gout
En d'eige stralen, aan dezelve hemelkringen.
Den morgen maakte, in 't oog der tegenvoetelingen.
De maan vertoonde nu 't verzilvert aangezicht,
En troostte 't aardrijk met den weerglans van het licht.
Een zachte dauw zeeg op de blaan en hloemeknoppen.
En baadde't Velt, als in een zee van vruchthre droppen, enz.
Voelt men niet eene verdeeling van gewaarwordingen op
het leezen van deeze drie regels:
Terwijl ze nochtans met dat licht, dien gloet, dat gout,
En d'eige stralen, aan dezelve hemelkringen.
Den morgen maakte, in 'toog der tegenvoetelingen.
Wat raakt ons, terwijl wjj eenen schoonen avond bekij-
ken, de omwenteling der aarde om haaren as? of waarom
brengt de Dichter ons een luisterijken dag voor den
geest, terwijl zijne eenige bedoeling is ons op eenen lief-
lijken avondstond te onthaalen? (*)."
Hoe geneigd zijn wij om bij soortgelijke critiques met
SAïfDER, wien men gewis geene grondige Natuurkennis
ontzeggen kan, uit te roepen: „Gelukkig hij, die van de
Natuur ten minsten zoo veel ontvangen heeft, dat hij haare
uitstekende werken verstaan kan — en de ijdele pronk
eener onnutte geleerdheid, door welke wel twist en strijd
verwekt, maar niet tot het genot der zuivere en onver-
dorven Menschheid kan afgeleid worden, verachten!"
(*) L. e., pag. 276 en 277. Het antwoord op de laatste vraag
des Schrijvers is klaar. Om dat Hoogvliet ophield zinnelijk te schil-
deren, wat zijne oogen zagen; om dat hij, in plaats van dit te
doen, zijne verkreegen kunde te hulp riep, en 'er met zijn vernuft
een paar regels inflikte.