Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
2Ü3
werp zelf ons natuurlijk moet mededeelen, zullen wij 'er
levendig door getroffen zijn. Ik beken, deeze kundigheden
kunnen dikwerf enkel zinnelijk, dat is hier, voor 'toog,
waar zjjn, terwijl ze wijsgeerig valsch zijn; maar ook dan
nog zal een gedicht altijd behaagen, en door het Publiek
gelezen en verstaan worden, om dat de Dichter eigentlijk
met de zinnen alleen te doen heeft; om dat het gros der
menschen de Natuur eigentlijk maar kent, zo als zjj zich
aan de zinnen vertoont; om dat een Dichtstuk altijd vol-
maakter is, naar maate de Schilder de tafereelen, die de
Dichter met woorden gemaald heeft, met verven gemak-
lijker op zijn doek kan uitdrukken. Ik zal deeze aan-
merking met het voorbeeld en het gezegde van een zeer
bevoegd liechter bevestigen.
De heer lambert, niet minder door zijn schoon
Dichtstuk : Les Saisons, als Dichter, dan door menig artikel,
de Natuur- en Ziel-kunde betreifende, in de Diction. Enci/cl.
als Wjjsgeer bekrnd, voegt bjj deeze beide verzen :
Et toi, brillant Soleil, de climats en climats,
Tu poursuis vers le nord la nuit et les frimnts.
de volgende aantekening: On a suivi dans ce poëme le
système de Ptolomée non qu'il ait encore des partisans:
mais parce qu'il est le système que persuade la vue. Or,
ce n'est qu'en parlant aux sens qu'on frappe l'imagination,
ce qui est l'objet de tout Poëme.
Gij zult u zeker de Critique nog herinneren, die men bij
ons menigmaal gemaakt heeft op de uitdrukking: een
zachte daauw zeeg neer. De Dichter is geen Wjjsgeer ge-
weest, zeide men, anders zou hij weten, dat de daauw
eigentljjk uit de aarde optrekt en niet op dezelve neder-
zijgt. Ondersteld, dat deeze reflexie de wijsgeerige waar-
heid op zjj had, dan nog had hij, die ze maakte, alleen