Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
Waarde der zinnelijkheid in de poi^zij.
DOOE
F EI TH.
Blair, zegt Sander in de Inleiding voor zjjne vertaaling
van het Boek Job, heeft het te recht opgemerkt, dat ossian,
hoe vol hij ook dikwijls van gelijkenissen is, nogthans
geen enkel beeld voorstelt, dat in het Land, waar zijne
Helden leefden, waar zijne Gelieven bekoorden, waar zijne
veldslagen voorvielen, vreemd en onbekend was. Verge-
lijkt men in dit opzicht de Dichters van laater tijd met die
der Oudheid, zoo valt zeker de voorrang zeer veel op de
zijde der Ouden. Zij leefden niet, gelijk wij, in steden,
dorpen, gehoorzalen en studeerkamers — ik zou haast
zeggen, begraven. Zij waren altoos in de opene vrije
Natuur. Zjj kenden niets van het geene aan de andere zijde
hunner bergen, aan geene zijde der rivieren lag. Maar de
eigen tooneelen hunnes Lands kenden zij naauwkeurig, en
daar van spreeken zjj dan sterk en treffend, zoo dra de
Dichtkunst hun aanvuurde. Zij noemen geen dier, geen
plant, geen berg, geen beek, geen rots, die niet elk lid
hunnes Volks ook kende. Onze Dichters, van welken de