Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
stade, de onze moeten het doen aan de nakomelingen! Hoe
kort is het oogenblik van ons bestaan hier beneden! De
arbeid, die slechts tijdgenooten ten nutte strekt, waarvan
alle vruchten met ons in het graf bedolven worden; wat
is die in vergelijking dier edele bemoeijingen, waarin eeu-
wen, door eeuwen opgevolgd, zich verbljjden! Als het
geluk der staten bevestigd, de band der natiën zamen-
gestrengeld, de rust des gewetens bevorderd wordt! Als
heerlijke ontdekkingen hèt gebied der menschelijke kennis
met schatten verrijken, en deszelfs grenzen uitbreiden,
verder dan het oog die volgen kan! Als njjverheid en
schranderheid nieuwe bronnen van welvaart openen, zeeën
en landen te eng zijn, om haar stoute vaart te beperken!
Als kunsten en letteren hare schoonste gaven ten toon
spreiden, om hart en zinnen met onweerstaanbaar geweld
te boeijen, om het edelst levensgenot met volle stroomen
uit te gieten, om door den adem der bevalligheid de stroeve
deugd te bezielen, en de onwaardeerbare vruchten der
beschaving van geslacht tot geslacht over te planten!
En wanneer nu de namen van hen, die het menschdom
als zijne weldoeners eerbiedigt, op de lippen der dank-
bare nakomelingschap zweven; als elk met verrukking
stil staat bij de vruchten van hunnen geest, van hunnen
moed en ijver, van hun smaak en gevoel, en aan hunne
nagedachtenis de ongevraagde schatting van zijnen lof, of
een traan der erkentenis aan hunne graftombe wijdt, heb-
ben zij dan geen deel aan die hulde? is die schatting
hunner verdiensten voor hen verloren, omdat hun gebeente
vermolmd, hun stof verwaaid is, terwijl hun geest in vrijer
kringen zweeft? Neen! de lof der nakomelingschap is niet
alleen de eenige ware, het is ook de zoetste lof, die in-
geoogst kan worden; haar oordeel is meer dan dat der
tijdgenooten, haar oordeel is alles waard! De Zanger, de