Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
195
nalatenschap met zorgvuldige naauwkeurigheid, bestemt
de plaats, waar uw gebeente rusten zal, maakt bestellin-
gen, die volgende geslachten moeten uitvoeren, deelt wel-
daden uit na uwen dood, en poogt te leven in gestichten
van mildheid en liefdadigheid ? Is dit denkbeeldig, louter
begoocheling, de vrucht des vooroordeels, van kindsbeen
ingeprent, met de moedermelk ingezogen? Wie zijt gjj, die
dit oordeel velt ? In welke school hebt gij het meesterschap
verworven, om de heiligste ingevingen des menschehjken
gevoels voor dwaling en droomerij te verklaren ? Toont ons
uwe voorregtbrieven om uw helderder doorzigt, boven
dat der schranderste hoofden, te staven! Toont ons den
last, uit den hemel of uit den afgrond, om uwe zending
als Profeten der dierlijkheid te bevestigen ? Neen! al wat
groot en goed was onder de menschen gevoelde steeds
eene naauwe betrekking tot het nageslacht, en naar
mate men grooter en edeler was, werd deze betrekking
heiliger, haar invloed magtiger, en vergat men zich
zeiven, voordeel, geluk en toejuiching zijner tijdgenooten,
om voor volgende geslachten te leven, om voor dezelve te
sterven en zich op te offeren!
Het mensclidom is slechts één geslacht, van deszelfs
eerste wording af tot den laatsten, die geboren zal worden.
Die leefde, die leeft, en leven zal, zij zijn allen met een
onverbreekbaren band aan elkander verbonden. De onver-
delgbaarheid van ons redelijk vermogen; de onsterfelijkheid
van den hemelschen geest, die in ons is, smelt voorleden,
tegenwoordig en toekomend voor ons in een ; als leefden
wij allen, voorouders, tijdgenooten en nakomelingen, in
dezelfde inaatscha|)pij met elkander, gelijk wij met onze
ouders, met onze inedgezellen, met onze kinderen en kinds-
kinderen, op deze wereld als één geslacht zamen leven !
De vlijt en het vernuft der voorvaderen kwamen ons te