Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
verheffen, wij hooren het niet meer! Dan mogen onze
werken tegen goud worden opgewogen, wjj hebben er
geen nut meer van! Onze geschriften mogen in alle boek-
verzamelingen prijken, onze konststukken in prachtige
zalen ten toon hangen, het lang gesloten oog kan zich in
dien roem niet verlustigen! Ongelukkige Schrijver! zoo
lang leven en genot nog uw deel waren, achtte men uwen
arbeid, waaruit duizenden een' schat van leering zamelden,
geestverheffing, zielen-wellust inademden, met weinige stui-
vers te duurbetaald! Als gij niet meer leven of genieten kunt,
zal men zich verwonderen, hoe zoo veel verdiensten in
behoefte of middelmatigheid konden kwijnen! Ongelukkige
Kunstenaar! wat baat het u, dat men eenmaal schatten
zal verspillen, om een gering voortbrengsel van uw pen-
seel of beitel te bezitten; toen het u baten kon, werd de
waarde uwer schepping naar den besteedden tijd, bjj dagen
en uren, als het werk eens daglooners, berekend! Onge-
lukkige Schrijver! Kunstenaar! eerzucht blaakt in uwen
boezem, meer dan winst of voordeel: maar waar gij naar
jaagt en hijgt, zal u dan eerst geworden, wanneer die
boezem koud, een ongevoelige klomp aarde wezen zal!
Neen, Kunstgenooten. Broeders! niet de nakomelingschap,
het tegenwoordig geslacht zij onze Regter, opdat onze be-
looning, onze zelfvoldoening ten minste wezenljjk, geene
ijdele hersenschim zij!
Wacht niet van mij, M. H! dat ik deze taal — ik weet
het, zij is niet gansch ongehoord — uit de hoogte zal be-
rispen en doemen. Men moet der zwakheid te hulp komen,
niet haar trotschelijk voor het hoofd stooten: straks zal zij
zich opbeuren, en den prijs der onsterfelijkheid boven dien
des vergankeljjken levens schatten. Onderzoeken wij dan
zonder drift of vooroordeel, zonder ijdelheid of dwaze
gevoeligheid: maar vooral met den adel der menschelijk-
heid in oog en hart!
1:3