Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
van hen, die reeds op het tooneel der wereld ondergingen,
en van hen, die nog op hetzelve bloeijen; onder allerlei
luchtstreken, allerlei wetgevingen, onder gewoonten en
zeden, nog verder van elkander verwijderd, dan het "Westen
van het Oosten. Wat het nageslacht der onvergetelijk-
heid waardig keurt, heeft duizend proeven moeten doorstaan,
de eene moeijelijker en strenger dan de andere, het is,
als 't ware, van smeltkroes in smeltkroes gegoten, en nimmer
heeft het zijn' glans of zwaarte verloren. Want, gelijk
het gevoel van waarheid en van deugd eeuwig en onuit-
delgbaar is, in de borst van alles, wat mensch mag heeten,
zoo is het ook het gevoel der schoonheid, uit dezelfde
bron gevloeid, afgedaald van dien Eenigen, Aanbiddelijken,
Wijzen en Heiligen, wiens werken allen het kenmerk der
verhevenste schoonheid dragen, het hoogste ideaal zijn der
onnavolgbare schoonheid. En gelijk waarheid en deugd
wel voor een' tijd verdonkerd, onkenbaar gemaakt, ver-
loochend en als ballingen verstoeten kunnen worden, maar
eindelijk in het hart, dat zijne ledigheid niet langer dragen
kan, tot haren zetel worden terug geroepen; zoo wreekt
de nakomelingschap de regten der miskende schoonheid;
hare stem is eene Godspraak, als die van het ontwaakt
geweten!
Welk is de prijs van dit oordeel der nakomelingschap
voor den levenden kunstenaar? Welk een' invloed moet
het hebben op de veredeling zijner kunstgewrochten ? Ziet
daar den inhoud van het tweede deel mijner rede!
De nakomelingschap! Is met den klank van dit woord
niet een somber en troosteloos denkbeeld verbonden ? Ver-
plaatst het ons niet in een' tijdkring, waarin wjj niet meer
zijn zullen? Dan moge men ons prijzen en ten hemel