Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
houden? Al ware het ook, dat niet somtijds de sporen
der menschelijkheid, van vriendendienst, van jaloezij, van
staat- of letterkundige partijschap zich hier en daar ont-
dekken? zoudt gij wel met al den eerbied, dien gij voor
hen koestert, hun oordeel met dat der nakomelingschap
durven gelijk stellen?
Doch gij vraagt misschien: waardoor onderscheidt zich
dan het oordeel des nageslachts van dat der levenden over
hunne tijdgenooten? Hoe bezit het dat karakter van vast-
heid en van regtvaardigheid tevens? Van waar ontleent
het dat heilig eu onbetwistbaar gezag, waaraan alle ware
verdiensten zich met onbepaalden eerbied onderwerpen?
Daarvan alleen, dat deszelfs onpartijdigheid, en de bevoegd-
heid dergenen, die het uitbrengen, zelfs aan den minsten
schijn der verdenking niet onderhevig zijn. Hier zwijgen
liefde, haat, gunst en ongunst. Het lang vermolmd ge-
beente boezemt geene vrees noch hoop meer in. Volks-
of Godsdienst-haat, of burgerlijke partijschap, die zoo vele
echte verdiensten verwaarloosden en vertraden, zoo vele
schjjnverdiensten ten hemel verhieven, zijn lang bejam-
merd, geboet en vergeten! De nijdige mededinging, die
den mond des roems houdt toegeklemd, misgunt slechts
aan den levenden de toejuiching der levenden. De vlejjerjj
mist haar doel: geen ambt, geen voordeel, geene wel
voorziene tafel, niets van hetgeen haar bekoort, kan zij
wachten van den gestorvenen, wiens naam, wiens geslacht
niet meer overig is, die reeds vergeten zou zijn, zoo zijne
kunst hem niet onvergetelijk gemaakt had! Gelijk de
zuivere hulde van het getroffen hart, dat iu zijne zoete
opgetogenheid geene andere behoefte kent, dan zijn eigen
innerlijk gevoel, wien het dan ook gelden, wie het ook
hooren moge, met verrukking uit te storten: zoodanig
M. H.! zoodanig is de hulde der nakomelingschap!
Maar, zegt gij: de verwaande onkunde, die wjjzer wil