Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
188
van smaak en genie zonder hooger beroep wordt uitge-
sproken; dan moeten de leden dier regtbank, niet slechts
boven alle beschuldiging, maar ook boven de geringste
verdenking verheven zjjn, van onkunde, partijdigheid, voor-
ingenomenheid, omkoopbaarheid, ligtzinnigheid, en alle
gebreken of ondeugden, die het oordeel kunnen verblinden,
verwarren, en gunst of ongunst stellen in de plaats der
onzijdige, onkreukbare regtvaardigheid. Maar waar is die
Areopagus der kunsten? Yerbeelden we ons, dat eenig
levend geslacht, fier op zjjnen rijkdom aan schitterende
talenten, de vermetelheid had, van uit deszelfs midden
zulk eene vierschaar van kunstregters zamen te stellen;
niemand zou hare onfeilbaarheid erkennen, zelfs niet hare
achtbaarheid eerbiedigen; de echte kunstenaar zou weige-
ren voor haar te verschijnen; of indien hij de zwakheid
had, om haar oordeel in te roepen, hij zou wel de kroon
uit hare hand aannemen, maar nimmer zich aan haar
doemvonnis onderwerpen; en het eerste, hetwelk zijn be-
leedigd eergevoel hem zou ingeven, zouden deze woorden
zijn: ik beroep mij op nakomelingschap!
Zoo ik mij niet bedrieg, hebben wij reeds den grond
ontdekt, waarom alleen het oordeel des nageslachts, in
alle gewrochten van kunst, vernuft en verbeelding, als
beslissend gelden kan. Iedere leeftijd heeft zijn' onder-
scheiden' trap van beschaving, die wederom niet in elke
eeuw voor alle volken dezelfde is. Toen Griekenland
bloeide, lag het Noorden in nacht en nevel bedolven; en
nu schijnt geen enkel vonkje van het oude vuur den
boezem der Grieken meer te verwarmen, terwijl het in
nieuwen gloed op Celtischen bodem is ontstoken. Iedere
leeftijd heeft zijne zwakheden en vooroordeelen; dwalin-
gen, die hij begunstigt; kleinere of grootere gebreken,
die door een' bijkans algemeenen wansmaak in bescher-