Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
187
boven Virgilius stellen. Haar getuigenis begint wel te
gelden, maar het moet door dat van volgende geslachten
bevestigd en bekrachtigd worden; en de uitspraak ook van
dezen ontvangt steeds grooter en grooter gewigt, door de
overeenstemming met latere en latere eeuwen; tot dat
eindelijk het vonnis, 't welk in alle tijden, bjj alle afwis-
seling van omstandigheden, denkwijze en zeden, onver-
anderlijk hetzelfde is gebleven, ook voor onherroepelijk
wordt gehouden, en in het rijk der kunsten de volle
kracht van wet heeft verkregen.
Hier zie ik, M. H! bjj sommigen uwer eene gewaar-
wording van onwil, eene begeerte oprijzen, om mij te
weerspreken; als of het oordeel der nakomelingschap te
hoog door mij wierd opgevijzeld; als of ik aan het levende
geslacht alle roeping ontzeide, om de verdiensten zijner
tijdgenooten te schatten, hunne stukken met die der Oud -
heid te vergelijken, en de plaats aan te wjjzen, die zij in
den tempel des roems bekleeden moeten. Doch verre zij
van mij deze gevolgtrekking, even vernederend voor den
levenden kunstregter, als ontmoedigend voor den levenden
kunstenaar. Gelijk er in alle tijden vernuften kunnen ont-
ontstaan, die hunne voortbrengselen aan de onsterfelijkheid
wijden; zoo ontbreekt het ook geenen leeftijd aan heldere
verstanden, wier juist en wikkend oordeel, wier vaste en
fijne smaak, het onvergankelijk schoon terstond weten te
keuren; wier lof en toejuiching eene onfeilbare voorspel-
ling zijn van de uitspraak der latere eeuwen. Doch het
komt hier niet enkel aan op innerlijke bevoegdheid, er
wordt ook erkend gezag vereischt, 't welk het scherpst
en geoefendst kunstgevoel zich zelf niet geven kan. Zoo
er eene regtbank bestaat, door wie het vonnis der on-
sterfelijkheid of der vergetelheid, het vonnis van leven of
dood, indien ik het dus noemen mag, over de vruchten